Uitstekend dat er aandacht is voor gezond eten, voor goede vetten, vezels, fruit en groente, vinden Louise Fresco en Martijn Katan, maar de waan dat je van zulk eten slank wordt, moet de wereld uit. Artikel in Het betoog van de Volkskrant van zaterdag 3 februari 2007. Daaronder een reactie van hoogleraar Willem Vrakking, waarin hij stelt dat "plantbased food" wel leidt tot gezondheid en afslanken.
   
 

Nederlanders worden steeds ouder, en dat is mede te danken aan de landbouwwetenschap en de voedingswetenschap die hebben gezorgd voor een ruim aanbod aan veilig voedsel plus het inzicht welk voedsel het gezondst is. Sinds 1972 is de sterfte aan hartinfarcten meer dan gehalveerd, en dat komt deels door betere medicijnen en operaties, maar ook door de vervanging van ongezonde door gezondere vetten.
Maar nu staan we aan de vooravond van een voedingscrisis die uniek is in de geschiedenis. Voedsel is ongekend goedkoop geworden, door steeds efficiėntere productie en toenemende wereldhandel. Dankzij de toename van verkooppunten en openingstijden is het bijna voortdurend beschikbaar, vaak in een vorm die geen verdere verwerking behoeft: als zoete drankjes, drinkyoghurt, kant en klare broodjes. Goedkoop, lekker en voortdurend beschikbaar voedsel gekoppeld aan steeds minder beweging heelt in een razend tempo geleid tot overgewichten vetzucht (obesitas).
We staan hulpeloos tegenover deze epidemie die de gezondheidswinst van de afgelopen dertig jaar bedreigt. Er zijn wereldwijd nu twee keer zoveel mensen die aan overgewicht en vetzucht lijden als er honger hebben, en in de Verenigde Staten, waar alles 25 jaar eerder gebeurt dan bij ons, heeft een derde van de bevolking ernstig overgewicht en verlaagt het al de levensverwachting. Ook middenklassen in ontwikkelingslanden worden in hoog tempo bedreigd door overgewicht, een op de vier Chinezen is te zwaar.
Obesitas is de voornaamste oorzaak van diabetes, en verder geeft het gewrichtsproblemen, hart- en vaatziekten en kanker van baarmoeder en nieren.
De nieuwe Richtlijnen Goede Voeding die de Gezondheidsraad onlangs uitbracht, bieden voor het obesitasprobleem maar beperkt soelaas. Een van de Richtlijnen is om een half uur tot een uur per dag te lopen of te fietsen. Onze lichamelijke inspanning is inderdaad drastisch verminderd dankzij auto's, liften, wasmachines en elektrische grasmaaiers. En bijna iedereen kiest het gemechaniseerde alternatief en neemt de lift. Maar met alleen meer bewegen komen we er niet, we moeten vooral ook minder eten. Iemand die in 10 jaar 20 kilo is aangekomen heeft al die dagen 700 calorieƫn te veel gegeten. Dat is bijna 2 liter frisdrank of 15 bitterballen,
Bij afvallen verlies je op elke 3 kilo vet 1 kilo spierweefsel, en daardoor wordt je rustmetabolisme lager. Als je hard traint tijdens het afvallen halveer je het verlies aan spieren, maar een lager totaal gewicht betekent altijd een lager basaal metabolisme.
De nieuwe Richtlijnen zijn solide als het gaat over het effect van voeding op andere aandoeningen dan overgewicht: gezonde vetten ter voorkoming van hart- en vaatziekten, vezel tegen constipatie, en minder zout voor een lagere bloeddruk. Dat zijn goed onderbouwde maatregelen, en de supermarkten en de industrie staan te trappelen om van die 'gezondere' producten te verkopen. Als de nieuwe minister van VWS maar streng is op claims en logo's van 'gezonde' producten kan dat de consument helpen de juiste keus te doen en langer gezond te blijven.
Maar het zal niet helpen om af te vallen. Weliswaar suggereert de Gezondheidsraad voorzichtig dat groente en fruit, vezel en minder frisdrank helpen tegen overgewicht, maar de wetenschappelijke onderbouwing daarvan is mager.
Eigenlijk heeft de voedingsleer geen antwoord op de vraag hoe je de calorie-inname kunt remmen.
De populariteit van diĆ«ten geeft aan dat veel mensen, vaak meer om esthetische dan om medische redenen bezorgd zijn om hun gewicht. Bijna alle bekende diĆ«ten gaan ervan uit dat sommige voedingsmiddelen inherent goed voor het gewicht zijn en andere slecht, en verklaren de oorlog aan vetten of koolhydraten. Maar er bestaat geen voedsel waarvan je afvalt, de enige weg is minder eten. De farmaceutische industrie maakt eetlustremmers die de trek onderdrukken, maar daarmee val je op zijn best een kilo of vijf af, en veel eetlustremmers zijn in het verleden uit de handel genomen wegens bijwerkingen. Er is nu een nieuwe eetlustremmer, een anti-cannabinoĆÆd die het plezier in eten vermindert, maar het is de vraag of die op den duur geen depressies veroorzaakt. Wat wel werkt, ook op lange termijn, is maagverkleining, en in de Verenigde Staten schieten de klinieken daarvoor als paddenstoelen uit de grond. Maar de operatie is duur, en 10 tot 20% van de patiĆ«nten krijgt min of meer ernstige complicaties.

   
 

Waarom is dat overgewichtsprobleem zo hardnekkig?
Dat is genetische selectie. Ons door tienduizenden jaren gescherpte instinct is om zoveel mogelijk calorieėn naar binnen werken als er voedsel voorhanden is, en om niet onnodig te bewegen. Voedselovervloed en mechanisatie zijn zo recent dat we aan het aanpassen van de impuls tot eten nog niet zijn toegekomen.
In de tweede plaats speelt de markt in op onze eetzucht door voedsel voortdurend beschikbaar te maken en in een vorm die eten, ook buiten de maaltijden om, stimuleert. Iedere voedselproducent en iedere snackbar, snoeptent en supermarkt wil eten verkopen, en wel zoveel mogelijk. Dat betekent ruime openingstijden, en hapklare verpakkingen in de meest aanlokkelijke vormen, ondersteund door de verleiding van reclame. De nieuwste trend is 'vingervoedsel', zo verpakt dat je het met één hand kunt eten tijdens het winkelen, autorijden, typen of telefoneren: minipasteitjes, minipizza's. We grazen en happen wat af. Dat is een probleem vanwege de calorieėn die niet worden verbrand en dus worden opgeslagen als vet. Een gezondere samenstelling van die happen helpt niet. Patat gebakken in zonnebloemolie en met kaliumzout in plaats van natriumzout is goed voor cholesterol en bloeddruk maar je wordt er nog steeds dik van. Er zijn geen voedingsmiddelen waar je van afvalt- en levensmiddelen die het tegengestelde beweren werken niet.
Sommige mensen worden eerder dik dan anderen. Dat komt niet door hun hormonen, die spelen zelden een rol, maar houdt verband met opleidingen inkomen: laag opgeleide arme mensen zijn dikker dan hoog opgeleide rijken. Een op de negen volwassen Nederlanders is obees, en bij de laagst opgeleiden zijn dat er drie keer zo veel als bij de hoogst opgeleiden. Dat is precies de situatie van de VS in 1971. Sindsdien is een derde van de Amerikanen obees geworden en het verschil tussen lage en hoge opleiding is grotendeels verdwenen. Ook in Nederland worden hoog opgeleide vrouwen snel dikker. Aanleg - inclusief genen - en sociale klasse bepalen dus wie er het, eerst dik wordt, maar op den duur lijkt de vetzucht niet te stuiten.
Vetzucht is een collectief probleem, net als drugsbestrijding, verkeersveiligheid en het broeikaseffect. Dit zijn problemen die de verantwoordelijkheid zijn van iedereen tezamen- en niet door de doende is om te zeggen dat de consument zelf maar moet kiezen. Marktwerking veronderstelt namelijk dat de consument weet wat op de lange termijn in zijn of haar belang is en daarvoor kiest. Maar de consument kiest meestal voor zijn korte-termijn belang: meer eten, meer autorijden, meer genotsmiddelen, want dat geeft onmiddellijk bevrediging. Dat dezelfde keuze op den duur slecht is voor gezondheid en milieu is te moeilijk om te overzien, vooral ook omdat het om kleine bijna onmerkbare effecten gaat.
Het reguleren van de markt helpt voor een aantal collectieve problemen, bijvoorbeeld het verbod.op heroļneverkoop, de regulering van cannabis en alcohol, de vermindering van de stikstofoxide-uitstoot van auto's door verplichte katalysatoren. Maar we hebben geen idee welke regulering zou helpen bij obesitas, en dat maakt obesitas een wezenlijk nieuw probleem.
Een directe belasting op vet (vet-tax) is onzin, omdat alle calorieėn even dikmakend zijn. Je wordt dik van kaas en patat maar ook van brood en sinaasappelsap want ook daarin zitten caloriėn. Het vervangen van slechte door goede vetten, zoals het uitbannen van transvetten in Denemarken en New York en in onze eigen snackbars, helpt tegen hart- en vaatziekten maar niet tegen obesitas, want van gezonde vetten word je even dik als van slechte. De effecten van een algemene calorieėnbelasting zijn moeilijk voor te stellen: zoiets leidt mogelijk tot vervanging van dure calorieĆ«n door goedkope (zoals vet door suiker) en zeker tot een grote bureaucratie van tarieven en controles. De parallel met de belasting op tabak gaat niet op, omdat calorieĆ«n essentieel zijn om te leven; je kunt ze niet verbieden.

Het zorgwekkendste aan de opkomst van obesitas is dus dat we geen idee hebben welke maatregelen ertegen echt werken op de lange termijn. Daarvoor is veel onderzoek nodig, dat wordt betaald uit publieke middelen, net als voor andere collectieve problemen. Want aan minder eten valt moeilijk te verdienen, en dus is het niet aantrekkelijk voor het bedrijfsleven.
Genetisch onderzoek brengt niet de oplossing. We zijn wel genetisch bepaald om veel te eten en weinig te bewegen, maar dertig jaar geleden waren we dun en hadden we dezelfde genen maar niet het hetzelfde gedrag. Wat we nodig hebben, is onderzoek naar simpele vragen, zoals wat er gebeurt als je meer gymnastiekuren in het rooster opneemt, en het voor ouders onaantrekkelijk maakt om de kinderen per auto te brengen. Worden die kinderen daar slanker van, of nemen verkeersongelukken met fietsende scholieren toe? Doen ze na die gymnastiek op school thuis geen stap meer. Helpt het om liften langzamer te maken zodat mensen sneller de trap nemen? Helpt het de frisdrankautomaten uit scholen te verwijderen of kopen de kinderen de frisdrank dan om de hoek? Kunnen de openingstijden van winkels en de grootte van de verpakkingen de calorie-inname beļnvloeden? Helpen kleinere porties of nemen mensen dan twee porties? Hebben kantines, waar zichtbaar is voor anderen wat je eet, een rol als ze gezonde alternatieve aanbieden? Allemaal vragen waar geen Nobelprijs mee te winnen valt maar die voor onze gezondheid even belangrijk zijn als de sequentie van het menselijk genoom. Ze zijn bovendien niet simpel te beantwoorden, want aan korte-termijnstudies hebben we niets, en het onderzoek moet `dubbelblind' gebeuren, want eten is heel gevoelig voor suggestie.
Hopelijk weten we over 10 of 20 jaar wat er werkt. Maar wat dat ook zal zijn, het is waarschijnlijk dat we collectief maatregelen zullen moeten nemen om ons voedselgedrag te beļnvloeden. Matigheid is in deze periode van overvloed niet populair en de meeste mensen zullen steigeren bij het idee dat hun vrijheid om te eten wordt beperkt. Bij drugs en alcohol accepteren we dit echter ook. Zelfs in Amsterdam staan er in de Kalverstraat geen stalletjes met brandende hasjpijpjes en krijg je de cocaĆÆne niet uit de automaat.

Ook het verbod op roken in openbare ruimtes blijkt wonder boven wonder mee te vallen.
De mens heeft in de loop van de evolutie geleerd om zijn geweldsimpulsen en seksuele lusten te kanaliseren. We slaan elkaar niet het hoofd in en wij hebben geen seks in de tram. In iedere beschaving bestaan oeroude wetten die dergelijke impulsen aan banden leggen omdat ze het welzijn van het collectief bedreigen. In bijna alle culturen was ook de consumptie van voedsel tot voor kort aan regels gebonden en had voedsel vaak een religieuze dimensie die tot uiting kwam in spijswetten die voedselinname aan banden legden, vaak ook door vasten. Voor de huidige, unieke situatie van voedselovervloed en fysieke inactiviteit, hebben wij nog geen nieuwe spijswetten. Vetzucht is zo een symbool van het ongebreidelde consumptiegedrag van de eerste generaties mensen die in structurele overvloed leven en nog niet hebben geleerd die overvloed samen in te tomen.

 

Wie boeken wil kopen over obesitas, afslanken, anorexia, boulimia en diėten, klik hier.

Richtlijnen gezond eten

Op 18 december 2006 presenteerde de Gezondheidsraad nieuwe richtlijnen voor gezond eten. Het vorige advies dateerde van 1986. Nieuw is onder andere dat wordt aanbevolen dagelijks een half uur stevig te fietsen of te lopen. Louise Fresco en Martijn Katan vrezen dat het idee kan postvatten dat een half uur per dag bewegen volstaat om niet dik te worden. Ze waarschuwen ook voor het volksgeloof dat je van sommige etenswaren dik wordt en van andere afvalt, terwijl de harde waarheid is dat er minder moet worden gegeten. Louise Fresco publiceerde in 2006 Nieuwe Spijswetten, essays over voedsel en verantwoordelijkheid. 'Voedselbewustzijn betekent dat je weet wat je eet, en dus niet zo maar gedachteloos wat in je winkelkarretje gooit', zei Fresco in een interview met de Volkskrant (Intermezzo, 5 augustus).
   
  Willem Vrakking, hoogleraar strategisch management & change management Erasmus Universiteit Rotterdam reageert een week later ook in de Volkskrant:
     
 

Als we de twee zeer gekwalificeerde hoogleraren Louise Fresco en Martijn Katan moeten geloven dan ziet het er droevig uit voor de Nederlanders.
In 'Alleen minder eten help ' in de Volkskrant van 3 februari jl. worden door hen de volgende beweringen gedaan (zie cursief hieronder). En die beweringen vragen om wederwoord wat er meteen in de addendums aan is toegevoegd.

We staan hulpeloos tegenover de (overgewicht) epidemie die de gezondheidswinst van de afgelopen dertig jaar bedreigt'
Ad 1) we staan niet hulpeloos, we kunnen welzeker wat doen, namelijk kiezen voor planten-gebaseerd eten, net zoals vele lokale gemeenschappen op de wereld altijd al deden en met uitstekende resultaten wat betreft gezondheid en zonder enig overgewicht (BMI's van rond de 20). Bron Campbell, The China study, 2006.

Met alleen bewegen komen we er niet, we moeten vooral ook minder eten
Ad 2) het eerste deel van deze bewering klopt. Echter er zal niet minder moeten worden gegeten maar anders. En dat anders kan dus wel veel zijn. Plantbased food dat rijk is aan voedingsstoffen en kan worden gegeten tot men verzadigd is en zie men valt toch af. Bron Fuhrman, 'Eat to Live', 2003. Een 'evidence based' pleidooi voor anders eten.

Maar het zal niet helpen om af te vallen als we de adviezen van de gezondheidsraad opvolgen
Ad 3) de adviezen over voeding van de Gezondheidsraad van december jl. zijn inderdaad te weinig specifiek en zullen dan ook niet renderen. De belangen van de landbouw en voedselindustrie worden door deze raad nog teveel gespaard. De makke van deze adviezen is dat de kennis bij diegene die ze opstellen zeer waarschijnlijk aanwezig is, maar dat de zgn. uitvoerbaarheid als leidend argument wordt gebruikt om maar dicht bij wat hier in Nederland nu al gangbaar is, te blijven.

Er bestaat geen voedsel waarvan je afvalt
Ad 4) er bestaat wel degelijk voedsel waarvan je afvalt, als je consequent overschakelt van dierlijk eten naar op planten-gebaseerd eten dan zijn de effecten zeer duidelijk.
Velen volgen reeds deze andere wijze van eten en hun lichaamsgewicht neemt structureel en dus duurzaam af met zo'n 15%, zonder dat er ook maar ooit een gevoel van te weinig eten aan de orde is (zie Fuhrman en Esselstyn met hun wetenschappelijke onderbouwing). Ook andere biomedische parameters ontwikkelen zich zeer positief bij 'anders eten', geheel in lijn met wat de wetenschap in deze aangeeft.

Overgewicht is in de eerste plaats een kwestie van genetische selectie
Ad 5) dat overgewicht in de eerste plaats een zaak is van genetische selectie is in de meeste gevallen onjuist en spreken de beide deskundigen in hun gewraakte artikel zelf ook weer tegen, immers 30 jaar geleden waren er dezelfde genen en geen overgewicht (zie hun bewering 10 hieronder).

Op den duur lijkt vetzucht niet te stuiten (ook voor de hogere sociale klassen)
Ad 6) een onzinnige bewering, ieder die bewust eet en dus anders eet, kan er aan ontsnappen en dat zien we in de US ook. De daar zeer bewust met voeding in de weerzijnde progressieve professionals hebben geen overgewicht. Reden ook waarom in hun woongebieden aan de oost- en westkust er naar verhouding zoveel supermarkten van Whole Foods Market zijn. En kom daar maar eens voor in meatstate Texas.

Vetzucht is een collectief probleem, net als drugbestrijding en verkeersveiligheid
Ad 7) vetzucht is geen collectief probleem maar een persoonlijk probleem dat persoonlijke keuzes vraagt, net als roken, drank- of drugsgebruik. Die keuzes zijn wel voor velen vaak uitzonderlijk moeilijk en natuurlijk is er druk vanuit de omgeving om 'mee te gaan' met de heersende gewoontes. Dat verklaart ook waarom mensen met veel 'internal control' makkelijker hun eigen keuzes maken en zich niet zo gemakkelijk laten meeslepen.

Het zorgwekkendste is van overgewicht dat we geen idee hebben welke maatregelen echt werken op de langere termijn
Ad 8)Ā Ā Ook dit is weer een bewering die te gek is voor woorden. Juist de literatuur over longevity in de US wijst uit dat die route wel degelijk bekend is. In het artikel in de National Geographic van najaar 2005 werden leefgemeenschappen vergeleken die op deze wereld gemiddeld het langst en gezonds leven. Wat bleek onder meer, men eet zeer beperkt of geen animal based food, maar vooral planten.

Aan minder eten valt moeilijk te verdienen en dus is het niet aantrekkelijk voor het bedrijfsleven
Ad 9) Hier raken ze een zeer duidelijk punt, De hele voedselindustrie denkt zo. Immers processed food levert meer toegevoegde waarde voor hen op. Maar als je anders gaat eten, dan mijd je zoveel mogelijk die processed foods en kookt en stoomt zelf datgene wat zich biologisch aanbiedt in het groeiende aanbod van de supermarkten en misschien later je eigen moestuin. De industrie zal altijd weer hier op proberen in te spelen en tegelijkertijd met haar enorme marketingimpulsen ons steeds weer proberen te verleiden tot de aanschaf van verkeerde (processed) producten, die we dan kennelijk kopen omdat we geen goed plan getrokken hebben. (Voor een goed plan dat tegelijkertijd ook gezondheid bevordert zie de video Google film van dr. Esselstyn, hij was chef-cardioloog van het Cleveland Ohio Hospital).

Dertig jaar gelden waren we dun en hadden we dezelfde genen maar niet hetzelfde gedrag
Ad 10) dit wijst dus duidelijk de voeding aan als de hoofdschuldige. Niet alleen te veel, maar vooral ook verkeerd voedsel. Zie bijv. de Japanners die emigreerden naar de US en uit gemeenschappen kwamen waar weinig hart- en vaatziekten voorkomen en vervolgens in de US dezelfde ziektepercentages haalden als de gemiddelde Amerikaan. (You live like an American, you eat like an American, you die like an American).

Helpt het de frisdrankautomaten uit scholen te verwijderen
Ad 11) dit is een gotspe. Frisdranken betekenen suiker en nog eens suiker. Zie het programma over suikers van de Keuringsdienst van Waarde. En wat te veel suiker doet laat zich raden.

Helpt kleinere porties of nemen mensen dan twee porties
Ad 12) Juist als je anders eet, is dit niet meer aan de orde (Esselstyn in een interessant onderzoek liet zijn patiƫnten (allen met een hartoperatie achter zich) stoppen met meat, fowl, fish, dairy & oil en zette ze jaren achtereen op groentes, fruit, bonen en noten zoveel ze maar aankonden. Immers, dan zullen de porties juist groter moeten worden om de vereiste calorieƫn te kunnen halen. En die patiƫnten leefden na hun eerste operaties nog lang en gezond verder zonder enig hartprobleem!!

Aan korte termijnstudies hebben we niets
Ad 13) Er zijn al genoeg lange termijnstudies gedaan, kijk dan naar alle wetenschappelijke studies van de laatste 40 jaar hierover. Zie de literatuurlijst in het boek van Fuhrman, Eat to Live.

Er is inmiddels heel veel (wetenschappelijke) literatuur die gelukkig hier wat tegenover kan stellen waardoor het er minder treurig uit hoeft te zien. Belangrijkste bron is mogelijk wel de China study van Campbell e.a. Daarin wordt via vele correlatiestudies en aanvullende referente causale studies duidelijk gemaakt dat de big business zich vooral bedient van animal based food en dat via hun marketing, de mensheid wordt gemanaged naar de consumptie van hun producten. Een echte keuze maken voor voornamelijk plantbased food wijst uit dat het hele verhaal van Fresco en Katan zo de prullenbak in kan. Let wel, uit de wetenschappelijke publicatie van de The China Study kan worden gehaald dat minder dan 50 gram dierlijke producten eten per WEEK optimaal is voor de gezondheid.

Conclusie: duurzaam gezond en dus op gewicht kan wel, echter het zal persoonlijk gezondheidsmanagement vragen. Het droevige is dat de mensen daar pas toe komen als ze hun eerste grote gezondheidscrisis hebben gehad. En dan vaak ook alleen nog maar als de dokter het hen opdraagt. En dat is mogelijk ook wel een probleem extra: de meeste doktoren wijzen niet naar voedsel als belangrijkste oorzaak en geven met farma de makkelijkste route voor de patiƫnt. En als dat niet voldoende helpt dan kunnen ze altijd wederom een reparatie-ingreep doen. Philip Roth doet in zijn laatste boek Everyman aardig uit de doeken wat in de medische wereld standaard lijkt te zijn geworden. Nergens wordt de hoofdpersoon op een andere wijze van eten gezet door zijn medische adviseurs.

Persoonlijk Gezondheidsmanagement vraagt dus om een persoonlijke keuze binnen de kleinste leefeenheid (familie/gezin) om om te schakelen en het vraagt ook weer om zelfbereiding van het voedsel dat we eten. En dan kunnen grote porties wel degelijk. Vetzucht is geen collectief probleem maar een individuele keuze waarvan men zich echter niet bewust is. Van Fresco en Katan hadden we meer verwacht dan zo'n berustend artikel. Welke voedseldeskundigen en -wetenschappers mengen zich in deze discussie? Iets voor de andere onafhankelijke hoogleraren voedselleer in Nederland die zich 'evidence based' hierover willen uiten? Men verwacht van deze collega's een 'tell it like it is'-houding en niet een die de status quo bevestigt.