Theoloog Bonhoeffer wilde het onvolmaakte van het hier en nu helemaal aanvaarden

Wat betekent God in een samenleving die van god los is, zoals het Duitsland van Hitler

Dit artikel verscheen in de Volkskrant van 9 april 2005

Geloven kan zonder religie, en zonder triomfantelijke kerk vindt Kees Schuyt; onze samenleving is juist gebaat bij het besef van het onvolmaakte.

auteur Kees Schuyt is socioloog, jurist, lid van de Raad van State en oud-columnist van de Volkskrant.

Van sommige mensenlevens zou je hebben gewild dat ze veel langer hadden geduurd. Het leven van de Duitse theoloog Bonhoeffer bijvoorbeeld. Vandaag is het precies zestig jaar geleden, dat hij, op persoonlijk bevel van Hitler, in het concentratiekamp Flossenberg door ophanging werd vermoord. Op 9 april 1945, slechts drie weken voordat Hitler zelfmoord pleegde en het einde van de Tweede Wereldoorlog nabij was.
Als hij die oorlog zou hebben overleefd, hoe zouden zijn leven en zijn theologische denkbeelden er dan hebben uitgezien? Zijn invloed op het naoorlogse theologische denken is nu al aanzienlijk. De vraag hoe het christendom in de Europese landen zich onder zijn persoonlijke aansporingen en eventueel geestelijk leiderschap zou hebben ontwikkeld, is weliswaar onbeantwoordbaar, maar toch kun je hier met vrucht over nadenken. Zijn wrede en zinloze dood mag niet zo maar vergeten worden. Hij verdient een passende herdenking en niet alleen vandaag.
Bovendien staat zijn sobere denken, gerijpt door lijden, verzet en gevangenschap, in scherp contrast tot dat van de overleden paus Johannes Paulus II. De paus vertegenwoordigde gedurende zijn gehele pontificaat een triomfalistische kerk, met veel heiligheid en heerlijkheden, die hij niet onder stoelen of banken stak. Hij schiep een kerk die zich weinig aantrok van de vele onvermijdelijke veranderingen. Het persoonlijke lijden van de paus heeft weinig gevolgen gehad voor diens opvattingen over modern geloof, religie, menselijkheid en eigen verantwoordelijkheid. De kille consequenties van een orthodoxe geloofsopvatting inzake aidspreventie, de positie van vrouwen, seksualiteit en persoonlijke vrijheid en van een blijvende ijzeren hiërarchie hebben vervreemdend gewerkt - en niet alleen in het missieland Nederland. De katholieke kerk wist zich onder Johannes Paulus II eigenlijk geen raad met een seculiere samenleving, waarin religie geen leidraad meer is.

De opvattingen van Bonhoeffer passen naar mijn mening veel beter bij een door en door geseculariseerde samenleving. Ze zijn meer bij de tijd. Bonhoeffer heeft, naar ik meen, als eerste een religieloos christendom bepleit. Daarmee gaf hij een unieke en persoonlijke invulling aan traditionele begrippen als het sacrale en het profane, het religieuze en het seculiere.
Wat bedoelde hij met religieloos? Niet zozeer de afschaffing van religieuze gevoelens en eerbied, maar veeleer een afzweren van gemakkelijke verheerlijking van tot heiligen gemaakte idolen. Het is een misverstand dat een seculiere samenleving, waarin traditionele religies terrein hebben verloren, bevrijd is van oude religieuze drijfveren, fanatismen en afgoderij. Integendeel, juist een seculiere samenleving is gevoelig geworden voor verschijnselen als constante overdrijving, verheerlijking van het hier en nu, van triomftochten en allerhande halleluja-geluiden.

Dietrich Bonhoeffer (1906 - 1945) was een van de acht kinderen uit een liberaal-burgerlijk gezin in de welgestelde Berlijnse buitenwijk Dahlem. Zijn vader was een bekend psychiater, die voor de rechtbank nog rapport uitbracht over Rinus van der Lubbe, de verdachte van de Rijksdagbrand. Zijn broers en zusters volgden wereldse studies, medicijnen en vooral rechten, en hijzelf koos, als buitenbeentje, voor de theologie. Enig conservatisme was aan de mensen in dit milieu niet vreemd. Toch voelden zij haarfijn aan dat het opkomend nationaal-socialisme een bedreiging vormde voor de oude waarden en voor de liberale openheid jegens de joodse gemeenschap. Een van zijn zwagers moest wegens zijn afkomst naar Zwitserland vluchten en twee andere zwagers, topjuristen uit die tijd, behoorden tot de eerste leden van wat later het Duitse verzet tegen Hitler is genoemd.
Als jong theoloog reisde hij veel, naar Italië, New York en Londen, maar vanaf 1933 sloot hij zich aan bij de Bekennenden Kirche van dominee Martin Niemoller, een kerkelijke groepering die brak met de `Duitse christenen', die meedeinden met de tijdgeest. Bonhoeffer stichtte in de buurt van Stettin, in het huidige Polen, een seminarie voor predikanten van de 'Belijdende Kerk', dat in 1937 op last van Himmler werd gesloten. In 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, was hij in New York. Toch besloot hij terug te keren naar zijn vaderland. Vanaf dat moment sloot hij zich aan bij het ondergrondse verzet, mede op aandringen van zijn zwager Hans von Dohnanyi. Hij verzette zich als predikant openlijk tegen de vervolging van joden en riep zijn medechristenen op hetzelfde te doen. Zijn vele buitenlandse contacten hielpen hem wel om boodschappen vanuit Duitsland naar Zwitserland en Engeland te sturen (onder andere naar Visser 't Hooft), maar zoals uit de nieuwe biografie van Bethge (2002) duidelijk is geworden, het `buitenland' had geen oren naar de goede Duitsers.
Op 4 april 1943 werd hij op onduidelijke gronden gearresteerd en naar de gevangenis Tegel gebracht. Daar bleef hij bijna twee jaar, kreeg af en toe bezoek van zijn jonge geliefde en werd, nadat het complot van de aanslag tegen Hitler aan het licht was gekomen, naar het concentratiekamp Flossenberg gestuurd en ter dood gebracht. Een jong, veelbelovend leven ging verloren, zoals miljoenen andere levens.
Bonhoeffer heeft zich ontwikkeld van conservatief predikant tot realistisch theoloog. Dat laatste wil zeggen dat hij de werkelijkheid, die hij om zich heen aantrof, onder ogen leerde te zien en daar consequenties uit trok voor zijn christelijk geloof. Hij streed eigenlijk op twee fronten. Politieke strijd was onvermijdelijk geworden: morele waarden stonden op het spel en vroegen om concreet handelen. Maar tegelijk bleef hij bezig met God en met de theologie. Wat betekent God nog in een samenleving, die zo van god los is geraakt zoals het Duitsland in de jaren dertig? Tegelijkertijd moest hij praktische beslissingen nemen van een zwaar kaliber: wel of niet geweld gebruiken? Wel of niet mee doen aan een complot tegen de Fuhrer? Liegen tegen je ondervragers, die de geloofwaardigheid van de gevangen predikant handig beproefden?

In de gevangenis ontwikkelde hij een ethiek voor een seculiere samenleving.
Naarmate een samenleving wereldser wordt, biedt zij meer mogelijkheden om gemeenschappelijke waarden te delen zonder te letten op rang en stand, op huidskleur of afkomst, zonder jaloerse vergelijkingen. Er kan een gemeenschap ontstaan en zo'n gemeenschap heeft natuurlijk een christelijke betekenis: de goede werken van Jezus Christus zijn de inspiratiebron.
Een seculiere samenleving is niet het tegendeel van een religieuze samenleving, zoals zo vaak wordt gedacht en gesteld. Je moet opnieuw kijken naar wat sacraal en profaan, die oude woorden en oude waarden, nu precies betekenen. Het sacrale, het zogenaamd heilige, kan zelfs humane waarden en menselijkheid ondermijnen. Sacraal geweld, geboren uit religieus fanatisme, is vaak mensonterend. Andersom kan het geweld van de brute bruine Hitler-hordes beter worden verklaard vanuit opgezweepte, triomferende religieuze bindingen dan vanuit het zogenaamde heidendom.

Fascisme verheerlijkte bloedbanden.

Religie betekent oorspronkelijk niet meer dan `hetgeen bindt'. Die binding hoeft niet met God te zijn - al wanen religieuze fanaten zich vaak Gods gelijke. Juist de metafysische dimensie van religie, het heimwee naar een definitieve, alomvattende en ultieme binding, wordt door Bonhoeffer als een gevaar gezien en als mogelijke dwaalweg onderkend. Het ultieme is voor mensen niet weggelegd, meent hij. Het is voorbehouden aan het mysterieus goddelijke.
De metafysische religieuze ervaring ontstijgt de tijd en daarmee zingt zij zich los van het hier en nu. God dienen is de wereld verzaken, zo luidt de daarmee samenhangende boodschap. Deze boodschap is, tegen de achtergrond van de gruwelijke ervaringen tijdens het nationaal-socialisme, voor Bonhoeffer onaanvaardbaar geworden. Wij staan in het hier en nu, zullen er ook nooit buiten kunnen treden. Concreet komt dat neer op het aanvaarden van verleden, heden en toekomst. Verantwoordelijkheid nemen voor al hetgeen uit de historische omstandigheden voortvloeit, niet weglopen naar een volmaakte en ultieme werkelijkheid.
Voor Bonhoeffer bestaat een seculiere samenleving dus uit vrije individuen die zich bewust zijn geworden van de eigen tijd en eigen geschiedenis, zonder dat ze die tijd en geschiedenis vast willen pinnen op geheiligde momenten die `buiten tijd en eeuwigheid' bestaan. Een religieloos christendom (religie in die absolute, ultieme zin) rekent af met de verheerlijking van tijdelijke zaken en mensen als ware het goddelijke zaken en godgelijke personen. Weg met moderne afgoderij, weg met religieus fanatisme, weg met wereldse idolen, die worden gezien als goddelijke helden.
Leven in een seculiere maatschappij betekent dan leven zonder de bescherming van traditionele religies met hun wereldverzaking en hun tendens tot vergoddelijking. Het is een leven in het hier en nu, met voldoende besef van het verleden en enige hoop op een betere toekomst. Het is aanvaarden te leven in het onvolmaakte, het onvoltooide, het nimmer definitieve.
Op basis van deze originele doordenking van traditionele theologische begrippen als tijd en eeuwigheid en hun onderlinge verschillen, bouwde Bonhoeffer een ethiek van verantwoordelijkheid en vrijheid; van medemenselijkheid, omdat die verantwoordelijkheid niet kan ophouden bij het eigen ik.

Verantwoordelijkheid en vrijheid gaan in elkaar over, zoals hij in een van zijn gevangenisgedichten heeft verwoord:

niet in het mogelijke zweven
maar dapper de werk'lijkheid grijpen
vrijheid ligt niet in de stroom der gedachten
maar enkel in 't doen

Zijn ethiek en theologie bevatten een opdracht die naar mijn mening bij deze moderne tijd hoort. Tegen de stroom van de idolatrie (bijgelovigheid en afgoderij) in. Tegen een triomferende kerk. Bij de zelfgekozen verantwoordelijkheid voor het wel en wee van de wereld hoort ook gemeenschapszin en het zonder aanzien des persoons handelen, dus zonder erg veel nadruk te leggen op ras en clan, rang en stand.
Bonhoeffer was zeker geen maatschappelijk revolutionair. Hij was geen socialistisch utopist, juist omdat hij de ultieme verlangens van revoluties onderkende, zoals hij die had gezien in het nationaal-socialisme. In plaats van utopisch verlangen ging het hem om eerlijkheid ten opzichte van je eigen persoon. Wie ben je zelf? Als je eerlijk bent, zal je ook de moeilijke kanten van je eigen persoonlijkheid willen erkennen, zoals je ook de redelijkheid van de verlangens van anderen leert inzien.
De seculiere samenleving is er een van redelijk overleg, niet van heethoofden; van sobere menselijkheid, niet van triomfalisme; van fiere fairheid, niet van ongeduld.
In Bonhoeffers ethiek is er geen tegenstelling meer tussen individu en samenleving, zoals er ook geen vastgevroren tegenstelling meer is tussen het sacrale en het profane. Het is allebei tegelijk. Ze zijn elkaars voorwaarde.

Op bol.com zijn meer dan tien boeken, gedichten, brieven van Dietrich Bonhoeffer te vinden.