Door Jerefina Fenor, agnost

Wordt met het vinden van het graf van Jezus het christendom ten grave gedragen?

 

"MIT DER DUMMHEIT KÄMPFEN GÖTTER SELBST VERGEBENS F.Schiller (1759-1805).

   
 

Een opmerkelijk artikel “De echte strijd gaat om het fundament van de Bijbel” in het dagblad ‘Trouw’ van 21 februari 2007. Aanleiding zijn de opgravingen nabij het Tempelplein, waar op de grondvesten van de tempel van Salomo in de eerste eeuw voor de gebruikelijke jaartelling, een nieuwe tempel door Herodes gebouwd was. Er wordt op historische gronden getwijfeld of er überhaupt ooit een dergelijke tempel o.l.v. Salomo gebouwd werd, aangezien archeologen nog nooit onder het Tempelplein gegraven hebben omdat de Rotskoepel en de Al-Aksamoskee zich daarop bevinden. Aangezien de Islam onder de mom van “heiligste plaatsen” dergelijke opgravingen volledig verhinderen door te dreigen met extreem geweld, zal dit dan ook niet openlijk en snel gebeuren. Maar in het nabije en het verre verleden is natuurlijk wel bij herhaling in het geheim gegraven en gezocht. Ook in de tijd van de Kruisvaarders werd er nog ijverig gezocht naar o.a. de Ark die in het “Heiligste der Heiligen” van deze tempel gestaan zou moeten hebben. Helaas voor de goedgelovigen, tot vandaag de dag is er nog nooit één artefact gevonden die het bestaan van deze grootse tempel van Salomo heeft bevestigd.

Trouwens het “Heiligste der Heiligen”? Is dat niet de plaats die zo’n 1,5 duizend jaar vóór de vermeende bouw van de tempel van Salomo, ook zo werd genoemd in de Egyptische tempels en waar alleen de Opperpriester toegang had? Stond daar niet eveneens een Ark (een boot) in met daarop geplaatst een beeld van de tempelgod? Werd deze Ark niet eens per jaar middels een processie getoond aan het volk? En wordt dit tot vandaag de dag niet nog steeds op mondiaal niveau in stand gehouden door de Rooms-katholieke kerk met het rondsollen van z.g. heilige beelden (Madonna’s, Zwarte Madonna’s en noem maar op) tijdens z.g. heilige processies?

Joods-christelijke mythen vinden wij o.a. ook terug in de vermeende uittocht van het Judeese volk uit Egypte. In zowat elke bijbelse encyclopedie en diverse bijbels (o.a. de Petrus Canisius vertaling) staan uitgebreide landkaartjes waarop precies aangegeven wordt hoe het Judeese volk 40 jaar lang door de woestijn is getrokken. Volgens opvattingen binnen de joodse religie zou het om meer dan 2 miljoen mensen moeten zijn gegaan. In een land waar de bureaucratie tot grote hoogte was gestegen en elke graanschoof bij wijze van spreken nauwkeurig genoteerd werd, de bevolking werd geteld en bijgehouden, het aantal slaven, het vee, de ex- en de import van producten, goederen en artikelen eveneens nauwkeurig werden genoteerd, is nog nooit één papyrus of welke aantekening wáár dan ook (ook niet in grafkamers of tempels of op potscherven) gevonden die bevestigt dat er inderdaad een dergelijke uitvaart van mensen heeft plaatsgevonden. Plaats daarnaast het gegeven dat zelfs als een kleine groep mensen zich verplaatst en zich tijdelijk op één plek vestigt, er duizenden jaren lang sporen zijn te vinden in het landschap (slijpsporen, afval, achtergelaten of verloren gebruiksvoorwerpen, etc.). Laat staan van een paar miljoen mensen in een woestijn. En ondanks het feit dat precies aangegeven wordt, waar deze groep gezworven heeft of zich zou hebben opgehouden, is er nog nooit één artefact gevonden dat een dergelijk bijbels verhaal zou staven.

Dit zijn natuurlijk maar een paar aanwijzingen van de mythologische onzin waar men in wil geloven. Door christelijke fundamentalisten ingehuurde archeologen uit m.n. de Verenigde Staten doen al een eeuw hun uiterste best om bewijslast naar boven te halen. Zij schuwen daarbij het bedrog niet, zoals herhaaldelijk gebleken is in het verleden, waar keer op keer melding werd gemaakt van gevonden artefacten die een sluitende bewijslast voor het christendom zouden moeten opleveren. Eén van die artefacten die gevonden zou zijn is b.v. in het bijzonder de z.g. ark van Noach op de berg Ararat in Turkije. Complete boekwerken met de ene theorie naar de nadere zijn hierover geschreven, maar is er nooit één stukje bewijslast naar boven gehaald. Natuurlijk niet, aangezien de eerste 6 hoofdstukken uit het Genesisverhaal volledig gebaseerd zijn op het mythische Epos van Gilgames dat rond 2.500 jaar voor de gebruikelijke jaartelling zijn oorsprong vond bij de Sumeriërs en eeuwenlang gehanteerd en aangepast werd in de Babylonische, Hettitische en Medo-Perzische koninkrijken.

Het christendom baseert zich bij dit alles op het z.g. Oude Testament dat zij schaamteloos en letterlijk overgenomen hebben uit de Tenach van het Judeese Volk. In de 19e eeuw maakte Nietsche hier al de volgende opmerking over in “Morgenröte”: Hij sprak over de ongehoorde filologische klucht die men met het O.T. heeft opgevoerd. (“Ik bedoel de poging de Joden het O.T. onder het lichaam vandaan te trekken met de bewering als zou het niets dan christelijke leerstellingen bevatten …..”.)

Maar wat dan nog. Het Judeese Volk begon met het schrijven van de Thora rond 500 jaar voor de gebruikelijke jaartelling, na een tweetal ballingschappen in het Babylonische rijk te hebben ondergaan. Uiteraard rijkelijk besmet met het Gilgames Epos en door hun langdurige ballingschap, met verlies van eigen identiteit. Om deze identiteit na hun ballingschap weer vast te kunnen leggen, hebben zij zich een geschiedenis gecreëerd die bestaat uit een mix van mythen, mondelinge overleveringen en gedeeltelijk historische feiten. Zelfs de monolithische godheid die zij zeggen als enige te aanbidden, blijkt ver voor hun tijd te zijn geïntroduceerd door farao Achnaton (rond 1464 voor de christelijke jaartelling). De vraag nu is, wie is deze zonnegod eigenlijk, die door de Judeërs JHWH genoemd werd en wordt en is deze god eigenlijk wel de ware god?

Hij (let wel, het is vooral een “hij” en nooit een “zij” of een “het” in deze paternalistisch gedomineerde wereld) heeft ten tijde van Achnaton in elk geval onvoor- stelbaar veel leed veroorzaakt. Die introductie kostte tenminste honderdduizenden Egyptenaren het leven en zelfs eigenhandig doodde en martelde deze verlichte farao zijn eigen onderdanen als zij niet in deze Zonnegod wilden geloven. Dit komt natuurlijk bekend voor, want ene Karel de Grote kerstende zo’n 2.300 jaar later in naam van deze god eveneens met een ongekend geweld de Keltische volkeren en joeg ze letterlijk met honderdduizenden over de kling (dit even terzijde).

Deze JHWH stelt zich graag zelf voor als een jaloerse en naijverige god, een god die gevreesd moet worden als men niet in al zijn wegen wandelt. Eén die groot, machtig en vreselijk is en misdaden die hem niet zinnen tot in het 3e en 4e geslacht zal bestraffen. Het lezen van de Tenach (het z.g. Oude Testament) is bepaaldelijk geen pretje. Hele volkeren en culturen laat hij uitroeien (genocide plegend), wreedheid op wreedheid stapelt zich op en in zijn ongekende eigenwaarde kan zijn woede alleen maar afgekocht worden met het liefst duizenden dierenoffers, aangezien de rook van hun verbrand vlees hem verkwikt. Daarbij moet je ook nog eens geloven dat hij barmhartig is, vergevingsgezind en een liefdevolle beschermer. Maar uiteraard uitsluitend voor diegenen die hem onvoorwaardelijk aanbidden en dienen.

Het is deze godheid die de latere christenen omtoveren tot de Vader van het Al. En zoals elke god uit de oudheid moest ook deze grootheid een nakomeling hebben. Transformeerden de oude goden zich tot een menselijke gedaante en verwekten zij “in den vleze” nakomelingen (de z.g. halfgoden) bij overigens willekeurig uitgezochte mooie vrouwen - al dan niet gehuwd - bij deze moest het dit keer echt bijzonder worden. Immers hij kon niet vergeleken worden met al die andere goden, die het paringsritueel van de mens hoogst aantrekkelijk vonden. Dus werd er een “onbevlekte ontvangenis” verzonnen (volgens de absurde opvattingen van de kerkvorsten “bevlekt” de mens zich dus bij een vrijpartij), bij een gewoon burgerlijke maar wel met een timmerman gehuwde vrouw. Immers deze god moest de god van het volk worden. 33 Jaar later laat deze Vader van het Al in al zijn wijsheid en barmhartigheid zijn eigen zoon, omwille van “de bevrijding” van de mensheid, op een weerzinwekkende manier langdurig lijden en uiteindelijk creperen. Het wrede martelwerktuig dat hiervoor gebruikt werd, werd ook nog eens schaamteloos uitgeroepen tot een symbool van de christenheid.

Hoe zit dat nu verder eigenlijk met die verzameling van geschriften die in een veel later stadium van de historie gebundeld werden en uitgeroepen tot een heilig boek. Opmerkelijk is dat deze geschriften pas verschijnen in de 2e, 3e en 4e eeuw van de gebruikelijke jaartelling. Het z.g. Oude Testament is in het Hebreeuws en Aramees en het z.g. Nieuwe Testament (het aantal handschriften bedroeg meer dan 4.000) oorspronkelijk in een soort Griekse hoofdletter (unciaal- of masjuskelhandschrift), Aramees (Syrië) en Koptisch (Egypte) en het koinè Grieks geschreven. Het is dus logisch dat met het vertalen van deze geschriften naar uiteindelijk het Latijn onvoorstelbaar veel fouten zijn geslopen, die leidden naar gissingen en aannames. Of zoals Hiëronymus (5e eeuw) schrijft aan de bisschoppen Chromatius en Heliodorus, dat Mattheüs het door hem, in de chaldeeuwse taal geschreven Evangelie in “Hebreeuwse tekens verzegeld had”, tengevolge waarvan de hem opgedragen vertaling zéér moeilijk was, zo niet onmogelijk.

N.a.v. een jarenlang gekrakeel over de vermeende Drie-eenheid, met daaraan vastgekoppeld of Jezus wel een zoon van god kon zijn, is pas in 325 bij het door keizer Constantijn van het Byzantijnse Rijk uitgeroepen concilie van Nicea dat de verzamelde handschriften op zijn last in één boek gebundeld werden. Aangezien e.e.a. op duurzaam en dus minder vergankelijk (als het papyrus) materiaal geschreven moest worden, diende dit te gebeuren op geprepareerd dierenhuid, het z.g. velijn (perkament). Voor de eerste 50 exemplaren waarvoor hij opdracht had gegeven, moesten er ruim 33.000 ossen geslacht worden. Een bloedoffer dat de door de christenen afgeleidde god van de Judeeërs, ongetwijfeld wederom zeer welgevallig was. Daarbij kwam het goed uit dat het zeer gemakkelijk was om het foutief geschrevene of fout vertaalde in een later stadium weer weg te kunnen krassen. En dat bleef men doen. In het kader van “wat de kerk niet welgevallig is” werd 1.500 jaar lang veranderd, aangepast, verwijderd en herschreven. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de vele handschriften waarop de bijbelvertalingen zijn gebaseerd, onderling op tienduizenden plaatsen verschillen. Alleen al door nauwkeurig de Codex Sinaïticus en de Codex Vaticanus (waar het huidige z.g. Nieuwe Testament op berust), onderling met elkaar te vergelijken, blijken deze in meer dan 3.000 gevallen van elkaar af te wijken. Ook is hierbij gebleken dat geen enkel evangelie in de vorm zoals nu overgeleverd, door één van de z.g. apostelen kan zijn geschreven. Maar niet getreurd, om deze redenen plakte men het etiket “heilig” erop, waarmee een absoluut dogma werd gecreëerd. M.a.w. het werd een vastomlijnd, aan geen beredenering meer onderworpen geloofsartikel, waarin men tijdelijk geloofde of wilde geloven, zonder zelfs maar aan een mogelijke waarschijnlijkheid of deugdelijkheid te willen twijfelen.

Mochten er nog lieden zijn die wel hun twijfels hadden over het inmiddels tot Staatsgodsdienst verheven christendom en e.e.a. in alle vrijheid wilden uitten, dan werd er op uiterst ongenuanceerde, brutaliserende, schofferende wijze en buitengewoon wreed –maar wel liefdevol, immers een god van liefde maar helaas zonder erbarmen– ingegrepen. Hiervoor werd in de 13e eeuw een z.g. Heilige Inquisitie ingesteld door DE onderdrukkers van de geestelijke vrijheid van de mens, een geestelijke maffia die zich Romeinskatholiek noemden. Met de meest weerzinwekkende methoden en onder het voeren van het adagium “Angst is de vreze Gods”, werd op grote schaal genocide gepleegd op volkeren die het bepaaldelijk niet zagen zitten dat een martelwerktuig met een daaraan vast getimmerd lijk, als hoogste symboliek voor een zichzelf opofferende, gemartelde Bevrijder (die zichzelf niet eens kon bevrijden) en die ook nog eens de zoon van god hemzelf was, moesten aanbidden.

Naar schatting 300.000.000 (driehonderd miljoen) mensen zijn in de loop der eeuwen geslachtofferd op de bank van deze z.g. christelijke geloofswaarden.

En het gaat door, tot de dag van vandaag en men laat geen middel ongemoeid om twijfelaars of ontkenners op hardhandige wijze aan te pakken. Maar nu op sociaal en economisch gebied, waarbij moorden overigens nog steeds niet uitgesloten zijn. De Heilige Inquisitie werd in 1542 voortgezet als Heilige Office en deze is in 1965 weer voortgezet als de Congregatie van de Geloofsleer. Deze Congregatie is grotendeels een tribunaal met eigen rechters en heeft een ongebreidelde macht. Het laatste hoofd van dit tribunaal (de Assessor), is de huidige Opper-Travestiet van het Vaticaan, waar regeringsleiders nog steeds diep voor in het stof kruipen. Regeringsleiders die hun christelijke waarden overigens overtuigd belijd hebben in een hebzuchtig koloniaal systeem en met een tweetal volslagen krankzinnige wereldoorlogen. En nu nog steeds de christelijke waarden schaamteloos verstrengeld zijn met economische waarden (“god zij met ons” vooral als het goed gaat in de zakenwereld en op de euro als kreet bevestigend), kan er nu ook verder nog gewerkt worden aan een godsdienstoorlog met een economisch oliesausje tegen de Islam. Daar hoeft geen rekenschap voor afgelegd te worden, aan god niet (het is altijd zijn wil) en zeker niet aan het volk dat nog steeds bezig gehouden wordt met het brood en spelen uit het Romeinse Imperium. De oude Grieken hadden al zo’n 2.600 jaar geleden over Staat en godsdienst een rake stelling bedacht, n.l.: “Er zijn mensen die zeggen dat het geloof in onsterfelijke goden is bedacht door intelligente mensen die daarmee het Staatsbelang wilden dienen.”

De op de bijbel gefundeerde christelijke waarden en onzinnige beweringen doen bepaaldelijk niet onder voor die van de Islam. Evenals de Islam die honderden verschillende overtuigingen beslaan en die onderling elkaar zeer gewelddadig bestrijden, bestaat het in de christelijke wereld dat meer dan 410 afgescheiden organisaties zich beroepen op het hanteren van de juiste christelijke waarden en elkaar om hun gelijk bestrijden. Weliswaar zonder elkaar direct de hersens in te slaan, maar ‘afvalligen’ volledig sociaal dood verklaren. Al deze malafide organisaties roepen - zonder enige twijfel - de enige en echte waarheid te verkondigen. Alleen al in de Verenigde Staten hebben zij een aanhang van ruim 80.000.000 verdwaasde sektarische volgelingen, waarvan ruim 30.000.000 verklaarde fundamentalisten zijn, die zich na hun doop “christensoldaten” mogen noemen. Het is dus niet voor niets dat de Islam de militairen in Irak en Afghanistan de Nieuwe Kruisvaarders noemen.

En zo blijft de mens eindeloos doorgaan met hun godsdiensttwisten en oorlogen, elkaar bestrijdend om waanideeën die voortkomen uit een mythologische deceptie en gebaseerd zijn op het in stand houden van totale angst. Angst voor een dualistische god die zijzelf gecreëerd en daarmee volledig gepersonifieerd hebben. Angst voor de dood en om niet na hun dood in een door henzelf gefantaseerde hemel terecht te komen, maar in plaats daarvan in een eveneens door henzelf gecreëerde hel met vagevuur geworpen te worden. Angst voor verlies van bezittingen en goederen, angst voor economische recessies. Ja angst voor het leven zelf en daarmee feitelijk de drijfveer aangevend van hun bestaan. Sartre concludeert in 1948 in ‘Huit Clos’ dat wij de hel zelf zijn en niets is meer waar dan deze conclusie. Koppel daar de heersende gedachten richting aan ten tijde van Aristoteles (het Delfisch Voorschrift) en de cirkel is rond: “Het hechten van te groot gewicht aan stoffelijke feiten leidde tot de groei van materialisme en tot verval van geestelijk inzicht en geloof.”

Uiteraard zal de christenheid op elke mogelijke wijze hun gelijk proberen te handhaven en desnoods staven met valse bewijzen. Zij kunnen niet anders want zij (en de Islam) zitten met een mateloos probleem, wanneer blijkt dat de huidige mensheid ruim 2.000 jaar bedrogen en belogen wordt met mystificaties en verdwaasde hersenspinsels. Daar doet een vondst van het veronderstelde graf van ene Jezus van Nazareth niets aan af, omdat, als deze vondst archeologisch correct zou zijn, blijvend bestreden zal worden door theologen die - zoals nu al het geval is - met ‘bewijzen’ komen uit diezelfde veelvuldig gecorrigeerde en vervalste geschriften die zij de Bijbel noemen.

 
  Klik hier voor alle boeken van Jacob Slavenburg