Abraham Maslow heeft de motivatie van mensen in een behoeftepiramide van acht lagen beschreven:
  1. Lichamelijke behoeften
  2. Gevoel van veiligheid
  3. Groepsgevoel en liefde
  4. Zelfvertrouwen
  5. Kennis en begrip
  6. Schoonheid
  7. Zelfverwezenlijking
  8. Groepsverwezenlijking

Aan het bevredigen van hogere behoeften komt de mens pas toe als lagere behoeften zijn bevredigd.

  • Fysiologische behoeften zijn de elementaire en primaire levensbehoeften, zoals eten en drinken, slaap, rust en warmte.
  • Veiligheidsbehoeften zijn: veiligheid, bescherming en bestaanszekerheid.
  • Sociale behoeften zijn behoeften aan liefde, contact met anderen, vriendschap en aandacht. Mensen willen bij een groep of een gemeenschap horen om ervaringen te delen.
  • Erkenningsbehoeften zijn behoeftes zoals de wens om gewaardeerd en gerespecteerd te worden. Mensen willen complimentjes en status, maar ook zelfrespect.
  • Zelfontplooiing of Zelfactualisatie is de behoefte aan de kwaliteiten schoonheid, wijsheid, liefde en geestkracht. In dit stadium aangekomen gaan de mensen hun capaciteiten, vaardigheden en talenten, oftewel onze geestelijke vermogens, gebaseerd op waarnemen, denken, voelen en willen, ten volle ontplooien. De kans op een gelukkig leven (met topervaringen) is groot.

Op de site van Alforto B.V., is te lezen:

De doelstelling van Maslow is mensen te benaderen vanuit hun mogelijkheden. Bovendien beschrijft hij hoe de mens zijn mogelijkheden en talenten tot ontplooiing kan brengen. Hierin is echter sprake van belemmeringen. Die belemmeringen heeft Maslow in kaart gebracht. Mensen benutten vaak maar een klein deel van hun mogelijkheden en Maslow wilde weten waarom.

De doelstelling van de eerste 2 niveaus omschrijft Maslow als een "basisgevoel van veiligheid", van waaruit de mens de wereld benadert. Het gaat hier dus om een alomvattend gevoel van veiligheid en niet van de veiligheid in een gegeven situatie.

Maslow heeft onderzoek gedaan onder presidenten, sporters en captains of industry. De uitkomst van dit onderzoek was dat succesvolle mensen vaak het gevoel hadden "de juiste actie op het juiste moment uitgevoerd te hebben". Tijdens deze acties, door Maslow betitelt als 'topervaringen' voelden zij geluk, vreugde en blijdschap. Dit onderstreept overigens het hebben van een correcte doelstelling.

Het vernieuwende (we hebben het over de jaren '40) was dat Maslow de mens benaderde vanuit het oogpunt van de functionerende mens en niet van de disfunctionerende mens. Zo ontdekte hij ook dat de optimaal functionerende mens vol paradoxale eigenschappen zit: zelfkritiek zonder gebrek aan zelfvertrouwen, sociaal kwantitatieve en niet in kwalitatieve termen, sterk geloof in eigen mogelijkheden maar niet arrogant. De piramide toont dat een mens alleen optimaal functioneert wanneer hij de onderliggende mechanismen beheerst (tot zover Alforto).

Ouders en de maatschappij leveren (als het goed is) de voorwaarden voor tieners om hun sociale behoeftes te ontwikkelen en te bevredigen. Volwassenen proberen in hun werk erkenning en waardering te vinden.
De tegenwoordige ontwikkeling in de werksituatie waarbij de nadruk wordt gelegd op flexibilisering en eigen verantwoordelijkheid levert zowel mogelijkheden voor zelfontplooiing als angst op om lagere behoeften niet te kunnen bevredigen. Bazen die sneller van baan wisselen dan hun werknemers, bedrijven die worden gerund door mensen die op het grote geld uit zijn, zijn geen veilige basis meer om in te functioneren. Tezamen met de hoge werkdruk remt dit de mogelijkheid tot zelfontplooiing en dreigen kwetsbare anderen (bijvoorbeeld tieners) in de verdrukking te geraken.

Alforto: "De criteria om van de ene naar de fase of laag te gaan, zijn verder nooit vastgelegd. Ook de overgang van motivatie naar gedrag is door Maslow niet gemaakt. Zijn theorie is daarom nooit vertaald in trainings- of therapie methoden. Maslow vult voor ons een klein puzzeldeeltje in, maar schenkt ons niet de kapstok waar we op zoek naar zijn".

Tot zover Maslow. Meer over hem, topervaringen en zelfactualisatie op deze site.

Een boek waarin dit doel mooi en in een relatief kort verhaal wordt verduidelijkt is Jonathan Livingston Seagull van Richard Bach.

"Hij laat zijn held, de jonge zeemeeuw Jonathan, tegen de traditie van de grote massa in, langzamerhand zelf alle fabelachtige vliegtechnieken ontdekken, zelfs ten koste van zijn plaats in de meeuwenmaatschappij, die in veel op de onze lijkt. Na een lange worsteling weet de meeuw Jonathan het vliegen te verheffen tot een aparte kunst, los van de noodzaak om voedsel te bemachtigen. Dat doet hem andere werelden ontdekken en ten slotte maakt hij zich zelfs de mystieke macht eigen om te vliegen met de snelheid van een gedachte. Maar zoals verteld wordt van Boeddha dat hij, reeds met één voet in het nirwana, naar de aarde terugkeerde terwille van een huilend kind, zo keert ook Jonathan ten slotte terug naar zijn oude maatschappij, om de achtergeblevenen te laten delen in zijn geluk. Want uiteindelijk ontdekt hij het meest waardevolle van alles, iets wat meer betekent dan vliegen, maar ook het moeilijkste: de kunst om de anderen lief te hebben als jezelf."