De mens wordt door emoties gedreven, daar is geen twijfel over mogelijk. Al onze gedachten en handelingen komen voort uit een gevoel, en die wereld der gevoelens zit nogal simpel in elkaar. Er zijn drie categorieën: `prettig', `onprettig', `onverschillig'. Het leven is erop gericht om zoveel mogelijk in de categorie `prettig' te vertoeven en zo min mogelijk in 'onprettig'.

Beatrijs Ritsema schrijft over "spreken en emotie" in een themanummer "spreken of zwijgen" van Opzij uit januari 2005.

Moderne manieren. Wegwijzers in het menselijk verkeer, een boek van Beatrijs Ritsema, bevat een selectie van deze dilemma's en hun oplossingen. Alle terreinen van het dagelijks leven komen aan de orde. Van familie, vrienden, buren en werk tot liefde en overspel. Haar adviezen zijn in de eerste plaats praktisch, maar laten zich ook lezen in de traditie der epicuristen en stoïcijnen.

Onderaan dit artikel een verwijzing naar dit boek en een vorig boek van haar.


Het is een misverstand dat de denkinstrumenten - die onder de noemer `verstand' kunnen worden samengevat - een tegenstelling vormen met het gevoel. Het verstand is niets anders dan een voortzetting van het gevoel, maar dan gearticuleerd. Iemand die `nee' zegt tegen een uitnodiging om een avondje naar het café te gaan, omdat ze werk moet afmaken of voor een examen studeert, laat niet haar verstand zegevieren boven haar gevoel. In feite spelen er verschillende gevoelens: zin hebhen in uitgaan met vrienden, een goede prestatie willen leveren, angst voor falen. Wie op zo'n moment thuisblijft, geeft de ambitie of de faalangst prioriteit boven de gezelligheid. Het verstand dat hier achteraan sukkelt, is uitstekend in staat om elke beslissing van een sluitende verklaring te voorzien (rationalisatie), maar het gevoel komt altijd eerst.

Zonder gevoelens zou het hele leven onmogelijk zijn. Gevoelens zijn de bodem - daaronder ligt niets meer.

Gelukkig is de wereld om ons heen zo veelvormig en divers, dat gevoelens zich aan de meest uiteenlopende zaken en mensen kunnen hechten of zich er juist door laten afstoten. Deze veelvormigheid biedt in ieder geval stof genoeg voor een interessant leven en voor interessante gesprekken erover. Over het leven kun je twee soorten van gesprekken voeren. De ene categorie gaat over mensen en de andere over zaken. Met mensen bedoel ik: personen. En met zaken: de rest van de wereld, voor zover niet persoonsgebonden.
Mensen die met elkaar over de hogere wiskunde spreken, doen dit omdat zij van getallen en wiskunde houden. Hun liefde (gevoel) voor dit gebied is hun gemeenschappelijke aanvangshouding. Het gesprek zelf is verder zo abstract dat een niet-ingewijde het niet zal kunnen volgen, omdat er jargon bij te pas komt en omdat er finesses in figureren die een buitenstaander hoven de pet gaan of waar hij niet vertrouwd mee is. Zakelijk, inhoudelijk, informatief, objectief: dat is de kleur van dat soort gesprekken. Maar intussen kunnen gespreksdeelnemers elkaar nog steeds verhit in de haren vliegen en zich verschrikkelijk opwinden over elkaars standpunt.
In de politiek gaat het net zo. Er zijn bepaalde maatschappelijke misstanden die om verandering schreeuwen, en politici doen hun best hun idealen te verwezenlijken. De ene partij komt op voor het lot van de laagstbetaalden, een andere heeft iets tegen abortus, en volgens nog weer een andere zou het er hier een stuk beter uitzien als alles eenmaal is geprivatiseerd. In het parlement wordt over al deze zaken gedebatteerd, al zijn de thema's meestal wat toegespitster. Maar toch, er vindt discussie plaats, argumentatie en replieken, lobbyen, moties, meerderheden vinden, winnen of verliezen. Spannend en vol met emoties!
Heb je voor gesprekken over zaken althans een beetje kennis nodig, voor gesprekken over mensen ligt de drempel lager. Iedereen is tenslotte een mens, aan wie niets menselijks vreemd is. Op het gebied van de mens is iedereen een dr Clavan. Nou ja, sommigen een beetje meer dan anderen. Van oudsher komt het verschil tussen de seksen, dat toch al grote consequenties heeft voor hoe je in het leven staat, 66k tot uitdrukking in de mate van enthousiasme voor het gespreksonderwerp `mensen'. Mannen praten graag over zaken (activiteiten, dingen, ideeën), vrouwen praten graag over mensen (anderen, zichzelf, relaties). Deze neiging hangt natuurlijk samen met de opsplitsing van de seksen naar functie. Mannen beheersten het openbare domein, vrouwen het privé-domein van huishouden, gezin, familie.
Een andere reden waarom vrouwen relatief meer dan mannen geïnteresseerd zijn in het persoonlijke ligt in hun machtsverschil. Het vooruitzicht van kinderen maakte een vrouw afhankelijk van de man. Zonder kostwinnende man was het lange tijd praktisch onmogelijk om kinderen groot te brengen. De overlevingskans van de kinderen en van de vrouw zelf stond in direct verband met de aanwezigheid van een man die voor inkomsten zorgde. Door die afhankelijkheid heeft het aandachtsgebied van de liefde (hoe vind ik een goede partner?) en van primaire relaties in het algemeen voor vrouwen altijd een veel groter belang gehad dan voor mannen. Voor een vrouw hing de kwaliteit van haar bestaan en dat van haar kinderen af van de juiste partnerkeuze.
Leven in een, ook maatschappelijk gezien, ondergeschikte positie brengt een grotere aandacht voor relaties met zich mee. Het heeft nut om te weten wie er goed is met wie, waar ruzie is, hoe allianties liggen, waarom anderen zich gedragen zoals ze zich gedragen, omdat het consequenties kan hebben voor je eigen leven.
De stap van het praten over andere mensen naar praten over jezelf en je eigen problemen is snel gezet. Vrouwen hebben altijd het meest met andere vrouwen gepraat: familieleden en vriendinnen met wie door de aard van de gespreksstof snel een sfeer van vertrouwen en intimiteit werd gedeeld met genoeg gelegenheid voor persoonlijke confidenties (roddelen over jezelf). Vrouwen hebben zich sinds mensenheugenis zo gedragen, en het is dus niet verbazend dat ze als groep een veel grotere bedrevenheid aan den dag leggen in de kunst van het bespreken van emoties dan mannen. Als mannen eens de behoefte voelen opkomen aan een persoonlijk gesprek, wenden zij zich negen van de tien keer dan ook tot een vrouw.

De scheiding van invloedssferen tussen het (overwegend mannelijke) publieke domein en het (overwegend vrouwelijke) privé-domein is allang niet meer zo strikt als pakweg honderd jaar geleden. Vooral de afgelopen dertig jaar hebben vrouwen zich in snel tempo ingewerkt in het leven buitenshuis. In de politiek, de ambtenarij, de journalistiek, op scholen, bedrijfsleven, de culturele sector (niet alleen uitvoerende diensten) - overal werken vrouwen. Dat heeft geen consequenties gehad voor de voorkeur van vrouwen voor gespreksonderwerpen van persoonlijke aard. Die laat zich nog steeds gelden.
Het binnendringen van vrouwen in het publieke domein heeft wél enorme gevolgen gehad voor de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Op grond van de aanvankelijke machtsverschillen tussen de seksen zou je misschien verwachten dat vrouwen zich zouden conformeren aan de 'mannelijke' stijl: zakelijk, hiërarchisch, inhoudelijk. Het tegendeel is echter gebeurd. Vrouwen hebben vastgehouden aan hun stijl van met mensen omgaan en in betrekkelijk korte tijd (tussen de jaren zestig en de jaren tachtig van de twintigste eeuw) is de vrouwelijke stijl dominant geworden in de hele maatschappij. Zelfs in het leger voert de overste tegenwoordig een goed gesprek een rekruut die zich onaangepast gedraagt, in plaats van zonder pardon op water en brood te zetten.
De feminisering van de cultuur, die al eerder was ingezet raakte in een hogere versnelling met de jaren-zestigrevolutie toen de hiërarchische structuren instortten en allerlei op autoriteit gebaseerde omgangsvormen gedemocratiseerd en geminimaliseerd werden. Vrouwen onderling gingen altijd al tamelijk egalitair met elkaar om, nu ging iedereen dat doen. De seksuele revolutie, die vrouwen de vrijheid gaf om straffeloos - zonder zwangerschapsangst - hun bedpartners te kiezen, droeg ook niet onaardig hij tot het informaliseren van de betrekkingen tussen de seksen. En de zelfontplooiingsideologie die een tijd later in zwang kwam en die zich afzette tegen het groepsconformisme van de grijze, carrièregerichte kantoormuis benadrukte alleen maar sterker het belang van persoonlijke (emotioneel getinte) groei. `Het persoonlijke is politiek' riepen de strijdbare feministen, maar het adagium werd door iedereen, ook door mannen, in het hart gesloten.
Sindsdien is er niet veel veranderd. Opkomst en ondergang van de yuppies in de jaren tachtig, de hernieuwde belangstelling voor ambitie, carrière en veel geld verdienen in de jaren negentig, de recente verzakelijking in de collectieve sector (onder andere tot uiting komend in bezuiniging en privatisering) staan allemaal los van de onderstroom van feminisering van de maatschappij. Het gaat er overal behoorlijk vrouwelijk aan toe, en daar bedoel ik mee dat er heel veel aandacht is voor emoties en voor persoonlijke zaken.
Daar zitten veel voordelen aan. Op scholen is veel meer aandacht voor het persoonlijk welbevinden van kinderen, voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling, of er geen problemen thuis zijn (echtscheiding), of ze niet gepest worden. Dat is een groot verschil met vroeger, toen kinderen voornamelijk op hun leerprestaties werden beoordeeld en wangedrag werd bestraft zonder dat leraren zich verdiepten in de achtergronden hiervan.
De status van slachtoffer is stevig opgewaardeerd, of het nu gaat om een gedupeerde consument, iemand die een ongeluk heeft gehad of die vermorzeld is in de molens van de bureaucratie, iemand die het doelwit was van een misdrijf of die met ziekte geslagen is door het lot. Liepen mensen vroeger met een boogje om slachtoffers heen (beter er niets over zeggen om geen wonden open te rijten), nu worden slachtoffers juist aangemoedigd hun verhaal te doen, uiting te geven aan hun emoties, tot in de rechtszaal toe, en hun gelijk te halen (dit had niet mogen gebeuren - het is onrechtvaardig!).
Op het werk zorgt de toegenomen informaliteit voor een prettige sfeer zonder angst voor de baas. Als het je tegen zit in je persoonlijk leven, bijvoorbeeld omdat je hond is aangereden, kun je dat bespreken en krijg je troost van meelevende collega's en een invoelende chef.
Nadelen zijn er natuurlijk ook. Om even bij het werk te blijven: de vermenging van werk- en privé-sfeer is niet zonder gevaar. Soms gaan mensen zo vertrouwelijk om met hun collega's dat ze denken dat het vrienden zijn. Dat is maar zelden het geval. Verschuivingen binnen het werk of verlies van werk leidt tot verschuiving of verlies van collega's, en die blijven niet over als vriend(in), althans bijna nooit. Afgezien daarvan is het sowieso geen goed idee om te veel van het privé-leven mee te nemen naar het werk. Op sommige kantoren gaat de halve maandagochtend heen met het doornemen van elkaars uitgaansescapades van het weekend, compleet met bedavonturen. Niet alleen gaat dit ten koste van het werk, men raakt ook sluipenderwijs in een roddelsfeer verzeild, waarin iedereen met elkaar praat, ook over degene die toevallig niet aanwezig is. Dit is een kenmerk van de islamitische haremcultuur, waar vrouwen noodgedwongen voortdurend met elkaar binnenshuis verkeren (dus weinig anders te bespreken hebben dan de directe privé-sfeer). De strenge normen voor hoe vrouwen zich dienen te gedragen en de verstikkende sociale controle bevorderen het roddelen. Ook al zijn de westerse normen niet zo streng als de islamitische, een Nederlands kantoor heeft in zoverre wel iets weg van een harem dat het personeel (mannen en vrouwen) intensief en informeel met elkaar omgaat en conform de vrouwelijke communicatiestijl snel bereid is tot het ventileren en aanhoren van elkaars intimiteiten. Het is een manier om erbij te horen.
Nergens wordt zo gul met intimiteiten gestrooid als in de media, en dan vooral op de televisie. Vanaf de even doelloze als saaie vissenkom-intimiteit van Big Brother tot de onafgebroken reeks close-up in beeld gebrachte bevallingen, gevoelige programma's over nare ziekten (`Wat betekent die incontinentie voor u als mens?') of verloren liefdes (voice-over: `Na dertig jaar gaan zij elkaar weer ontmoeten!'), shows over mensen die ergens spijt van hebben, sensationele programma's over lichaams- en gewone verbouwingen (`Surprise: we hebben je meubels bij het grofvuil gezet'), uitzendingen over klysmatherapie in een zonnig klimaat, brave praatprogramma's over de seksuele problematiek van de vijfenzestigplusser of over hoe het is als je kind een drugsverslaafde is, als je moeder depressief is, als je verkracht bent door een oom ('Niemand pikte mijn signalen op'), dit alles culminerend in de zich wekenlang voortslepende `integere' documentaire over de bemoeienissen van een uitvaartonderneming met lijk en nabestaanden.
Is het informatie of vertier? Ach, van allebei wat in wisselende samenstelling. Het doet er niet toe wat de functie precies is. Wél interessant is het vertoon van emoties van de levende mensen die in deze programma's worden opgevoerd. Ik bedoel niet dat iedereen voortdurend maar zit te snotteren (hoewel dat genoeg gebeurt), maar de mateloze bereidheid om intimiteiten te delen met een anoniem, vraatzuchtig publiek. Er valt geen onderwerp te verzinnen of je krijgt wel een gek voor de camera die er totaal geen been in ziet om leeg te lopen met hoogstpersoonlijke ervaringen en zielenroerselen ('En toen had ik iets van...').
Het is dáárom zo merkwaardig omdat het begrip `intimiteit' per definitie iets exclusiefs aangeeft. Het is iets schaars en kostbaars, dus als je het al te kwistig gaat distribueren, houdt het eenvoudig op een intimiteit te zijn. Het valt de media niet aan te rekenen dat zij intimiteiten gebruiken als hefboom voor de kijkcijfers. Dat gebeurt tenslotte ook met nieuws, sport en quizzen, aandachtsgebieden die evengoed met emoties gepaard gaan. Er is niets in deze cultuur wat zich aan commercialisering kan onttrekken. Tegelijk opereert de emotie-industrie in volledige vrijwilligheid. Niemand dwingt mensen met het pistool op de borst hun intimiteiten van de daken te schreeuwen, maar ze doen het wél en steeds schaamtelozer.
En niet alleen in het publieke domein van de media. Op het persoonlijke terrein van familiebanden en vriendschappen worden meer en vooral heftiger intimiteiten uitgewisseld en van elkaar geëist. Mannen op wie weinig aan te merken valt behalve dat ze niet `communicatief' genoeg zijn, zien zich tot hun grote onthutsing door hun vrouw aan de dijk gezet. Echtscheiding wordt in meerderheid door vrouwen geïnitieerd. In de meeste gevallen op gronden als `niet met elkaar kunnen communiceren', waarmee niet bedoeld wordt dat je niet met zo'n man kan praten over wie er vanavond de kleine Bart-Jan van de crèche ophaalt, maar dat je met hem niet over gevoelens kunt praten.
In vrouwenvriendschappen is emotioneel vertoon een basisingrediënt. De blauwdruk hiervoor is de afgelopen jaren te zien geweest in de populaire serie Sex and the City. Hierin bespreken vier single vriendinnen elkaars wisselende betrekkingen met mannen. Kwakkelende aan-uitrelaties, romantiek, 'one night stands', onaangename seks, falende heren, falende dames, giechelseks, `blind dates', gezellige inbedkruiperij, al het mogelijke passeert de revue. Een geestige serie die veel te lachen bood - kijkers hoefden zelden langer dan twintig seconden te wachten op de volgende treffende oneliner. Wat mij er desondanks in tegenstond was de opzet: vier dames die al die koddige en heftige avonturen beleven met geen ander doel dan de anderen erover te vertellen en zo een intiem wijgevoel te creëren. Dit is niet alleen de structuur van déze sitcom. Ik hoor wel vaker gewone vrouwen van vlees en bloed zeggen dat ze alles wat ze meemaken op liefdesgebied vanzelfsprekend uitvoerig met hun vriendin(nen) doornemen tot in de kleinste, beeldende details. Sterker nog: dat ze, terwijl ze de dingen meemaken, zich al voorstellen hoe ze hier later een prachtig verhaal over kunnen vertellen.
Dit is een vorm van ironisch leven die tegen het perverse aan hangt. Er is in emotionele zin niets wat nog op onbevangen wijze kan worden ondergaan en later eventueel, desgewenst, met anderen kan worden gedeeld. De primaire emotie geldt louter als brandhout om de allesverzengende intimiteit met een vriendin (erger: een vriendinnengróép) te voeden.

Het is mooi dat de lange vrouwelijke traditie van spreken over emoties en delen van intimiteiten maatschappelijk gezien zo gemeengoed is geworden. Alles is bespreekbaar, niemand kijkt meer ergens van op en ook mannen doen lustig mee, als het moet zelfs met tranen. Met menig taboe (incest, seksuele intimidatie) is korte metten gemaakt door te hameren op bespreekbaarheid. In de openbaarheid ermee, dan kunnen we de vijand aanvatten. Als dat niet duidt op de overwinning van de zachte krachten! Jammer alleen dat de aandacht voor het persoonlijk-emotionele ook een geperverteerde schaduwzijde heeft. Niet alleen in het grenzeloze roddelen over jezelf, maar ook in de manier waarop gevoelens worden geuit.
Theo van Gogh, vermoord wegens zijn in samenwerking met Ayaan Hirsi Ali gemaakte film Submission, was nogal onverbloemd in het uiten van zijn gevoelens over moslims. Hij had het er niet op, en deze gevoelens verpakte hij in krenkende bewoordingen. Een kwalificatie als 'geitenneukers' is niet meer dan een op kwaadaardige wijze gestileerd gevoel. In het ongelimiteerd uiting geven aan zijn anti-moslimgevoelens paste hij prima in het moderne (vrouwelijke) dictaat van `emoties zijn er om geuit te worden'. Of scheldtirades wel als `mening' te kwalificeren zijn, is twijfelachtig. Een mening komt weliswaar net als een belediging voort uit een gevoel, maar is verpakt in een argument van inhoudelijke aard. Een mening is: `Ik wijs de islam af omdat deze religie vrouwen niet dezelfde rechten toekent als mannen.'
Zoals hij elk argument het geval is, steekt ook hierachter een gevoel (namelijk dat het wenselijk is dat mannen en vrouwen dezelfde rechten hebben). Zo gaat de discussie voort met een tegenargument of een ontkrachting, totdat men op welles-nietesniveau belandt, iets wat overigens vaak nogal snel gebeurt. Daarom veranderen mensen zelden van mening in een discussie. Hoe dan ook, zo'n argumentenwisseling is beschaafder dan het elkaar toevoegen van beledigingen.
Het openbare debat wordt net als de rest van het menselijk bedrijf ontegenzeglijk door emoties gedreven. Toch discussieert het prettiger wanneer mensen hun emoties verteerd hebben of, als dat niet gelukt is, zich gewoon een beetje inhouden en het debat op inhoudelijke gronden voeren.
Zwelgen in rauwe emoties is altijd gevaarlijk, omdat er nauwelijks een weerwoord mogelijk is. Er valt niets zinnigs tegenover te stellen behalve meevoelen. Luisteraars, gespreksgenoten, worden daar ongedurig onder, gaan zich vervelen of zelf ook meedoen met huilen of woedende destructie. Dat al het persoonlijke en emotievolle een eindeloze fascinatie oproept is maar al te begrijpelijk, maar in de niet-persoonlijke rest van de wereld om ons heen - waar het gaat over zaken, ideeën, statistieken, geld, theorieën, werk of fysieke inspanning - gebeurt ook van alles interessants. Soms is het een verademing om de geest bezig te houden met iets wat niet persoonlijk maar zakelijk is. Al was het maar een spelletje bridge. Eén harten, doublet. Sullige emoties. Oppervlakkig. Heerlijk.

Boeken over emoties, vindt u hier.

Klik hier voor alle boeken van Beatrijs Ritsema.