Hoe gelukkiger, hoe gezonder

Meer dan vierhonderd jaar geleden stelde Descartes dat de mens opgesplitst moest worden in een lichaam -een soort machine- en een geest, waar alle mooie dingen zich afspeelden. Door de zaken zo voor te stellen werd hij niet door de kerk gehinderd anatomisch onderzoek te doen. Helaas heeft deze, toen om praktische redenen verzonnen, denkwijze het in medische kringen lang uitgehouden. De splitsing tussen lichaam en geest werd verzinnebeeld als scheiding tussen lijf en hersens. De hersens waren voor denken, kunst en poëzie, het lijf voor de meer zoogdierachtige hebbelijkheden. Momenteel begint men te ontdekken dat het anders zit.

 

Op deze pagina een deel van een artikel over de relatie tussen geluk en gezondheid van Peter Bügel in HP/de Tijd 12 juli 2002.

Het gedeelte van het brein dat wetenschap voortbrengt en schaakproblemen oplost en andere hoogwaardige taken uitvoert die bij de kroon der schepping passen, is tamelijk miniem. Het grootste gedeelte van de materie tussen de oren moet worden beschouwd als een secretieorgaan. Dit orgaan produceert honderden verschillende chemicaliën, die allemaal zijn bedoeld om dingen in het lijf te regelen. Het brein is vooral doende het lichaam gezond te houden. Het doet dit door middel van het immuunsysteem. Dit systeem bestrijdt nare indringers door het inzetten van een groot aantal verschillende cellen in de bloedsomloop. Zo worden bacteriën, virussen en kankercellen door het immuunsysteem onschadelijk gemaakt. Vroeger dacht men dat het hier om een zelfstandige machine ging, `het autonome zenuwstelsel'. Dit blijkt niet zo te zijn.

De relatie tussen gezondheid en geluk zit ingewikkeld in elkaar. Dat ziekte een weerslag heeft op het psychisch welbevinden, ligt voor de hand. Van kanker wordt een mens niet vrolijker. De richting die zich bezighoudt met het omgekeerde, de invloed van ongelukkig zijn op lichamelijke kwalen, is controversiëler. Toch blijkt de theorie van de 'orenmaffia' niet helemaal onzinnig. Het sleutelwoord is zelfrespect.
Het brein beïnvloedt het immuunsysteem voortdurend. Dit gebeurt op twee manieren. In de eerste plaats door het uitscheiden van stoffen als neurohormonen, neurotransmitters en neuropeptiden. Op de cellen van het immuunsysteem heeft men receptoren gevonden voor deze stoffen. Verder heeft men ontdekt dat de aanmakers van afweercellen, zoals de thymus, de milt en het beenmerg, vol zenuwuiteinden zitten en direct door het centrale zenuwstelsel worden beïnvloed.
Het resultaat van deze stand van zaken is dat de emotionele toestand direct van invloed is op de gezondheid. Zo heeft men berekend dat echtscheiding de sterftekans van mannen evenzeer vergroot als het roken van meer dan twintig sigaretten daags. Statistici hebben zelfs een hele lijst van dit soort risicofactoren vervaardigd, waarbij elke nare gebeurtenis een aantal punten scoort. Boven een bepaald aantal punten neemt de kans op ziek worden of zelfs doodgaan sterk toe. Ook de kans op ongelukken of zelfmoord stijgt bij een hogere score.
Het heeft er de schijn van dat sociale, emotionele en maatschappelijke problemen het immuunsysteem sterker ontregelen dan de risicofactoren die de Hartstichting te pas en te onpas uitdraagt. Een plezierige sociale omgeving kan heel goed tegen een gebrek aan lichaamsbeweging op. Mensen met een huisdier hebben twintig procent minder kans op een hartinfarct. Het verzorgen van planten is ook heel gezond. Na het zien van een humoristische film is het aantal afweercellen tegen infecties in het spuug enkele uren meetbaar vergroot. Samengevat: levensgeluk is belangrijk voor de gezondheid.

Wanneer je daar in de medische literatuur artikelen over zoekt, vind je vooral stukken over pathologie. Het gaat dan over psychiatrische patiënten die hun ellende ontkennen en weglachen, en mensen die een beroerte hebben gehad. Ook de psychologische literatuur staat niet bol van de verhandelingen over mensen die zich gelukkig voelen. Het is namelijk onmogelijk om geluk in een laboratoriumsituatie op te wekken. Het omgekeerde is gemakkelijk genoeg. Mensen een paar uur voor niks laten wachten volstaat.

Door de medische aandacht voor de dingen die de mens ziek maken, blijven de oorzaken van gezondheid onderbelicht. De desastreuze werking van chronische stress is goed beschreven, maar het lichamelijk effect van pret niet. In een 25 jaar durend onderzoek naar de gezondheid van medische studenten bleek dat de mensen die het leven wel leuk zeiden te vinden, op hun vijftigste allemaal nog in leven waren. Van de opgefokte, vijandige types had veertien procent de pijp reeds aan Maarten gegeven.

Waarom geluk gezond is, is door dit gebrek aan wetenschappelijke belangstelling onduidelijk. Wellicht heeft het hormoon oxytocine, dat door de hypofyse wordt afgescheiden, er iets mee te maken. De meeste experimenten daarmee zijn met knaagdieren gedaan, en die zijn slecht in het invullen van vragenlijsten. Wel verzorgen ze hun jongen beter en zijn ze over het geheel genomen aanhaliger wanneer het hormoon ruim aanwezig is. Ook worden ze er ouder mee dan hun minder knuffelige soortgenoten.

Weinig medici twijfelen eraan dat de psyche de soma beïnvloedt. Mensen kunnen door hun gedachten blozen, rillen, een erectie krijgen, zweten en huilen; geruststelling vermindert pijn, en volgens sommige antropologen kan een vervloeking de dood veroorzaken. In het midden van de vorige eeuw waren er onderzoekers die meenden gevonden te hebben dat kanker kon ontstaan door tegenslag en een sombere levenshouding. Ze hadden kankerpatiënten vergeleken met gezonde leeftijds genoten, en hen uitgebreid geïnterviewd over hun leven. Kankerpatiënten hadden een vervelend leven gehad vergeleken met gezonde mensen, en waren daar begrijpelijkerwijs triest over.
De conclusie van de onderzoekers was echter voorbarig. Ze gingen voorbij aan het psychologische mechanisme van het state induced memory, ofwel het toestandsafhankelijk geheugen. Dit betekent dat wanneer je gelukkig bent, je je gemakkelijk leuke dingen herinnert. Wanneer je echter somber bent gestemd, dringen vooral vervelende herinneringen zich op. Hoewel, misschien is er toch een verband tussen somberheid en kanker. Een indirect verband met omwegen en zijpaden. Om er te belanden moeten we beginnen bij eigendunk. Onderzoek heeft aangetoond dat een zekere zelfingenomenheid noodzakelijk is voor een goede gezondheid. De volksmond wil nu wel dat eigen roem stinkt, maar het lijkt erop dat eigendunk een belangrijke graadmeter vormt voor ons welbevinden. Volgens onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Mark Leary is ons zelfrespect een directe uiting van de toestand van onze relaties met anderen. Zelfrespect moet volgens hem worden vergeleken met de benzinemeter in een auto. Zodra die in de buurt van nul komt, moet de tank worden bijgevuld. Wanneer de sociometer in de gevarenzone komt, is het van belang activiteiten te ondernemen die achting van belangrijke anderen opleveren. Het zelfrespect is de graadmeter van de mate waarin iemand door zijn groep wordt geaccepteerd en gewaardeerd.

......

De moeilijkst te beantwoorden vragen beginnen met waarom. Toch is dit type vraag populair bij iedereen die lichamelijke klachten ondervindt. Slechts een klein gedeelte stelt de vraag aan een medische professional. Die kan er vaak geen antwoord op geven. Het is natuurlijk niet zo moeilijk bacteriën, virussen of werkomstandigheden als boosdoeners op te voeren. De uiteindelijke vraag is echter: waarom ik? Of, anders gesteld: waarom mijn buurman niet? Mensen zijn met zulk soort vragen meer bezig dan je zou denken. Het deel dat de weg naar dokter vindt, is maar het topje van de ijsberg.
Uit gezondheidsenquêtes en dagboekonderzoek blijkt dat mensen vrijwel dagelijks hinder van lichamelijke klachten ondervinden. De onderzoeker Van de Lisdonk vond bijvoorbeeld dat mensen gemiddeld één op de drie dagen last hebben van bijvoorbeeld spierpijn. Omdat het zo gewoon is, raadplegen ze daarvoor gelukkig de huisarts niet. Gelukkig, omdat de geneeskunde weinig heeft te bieden.
Patiënten accepteren dat niet altijd. Daarom is het voor de huisarts plezierig als hij kan verwijzen naar de fysiotherapeut. Met zowel imposante apparaten als met therapeutische aanraking kan deze zorgen voor een krachtig placebo-effect. Een effect dat volstrekt ten onrechte in een kwade reuk staat. Dertig tot vijftig procent van het effect van alle medische behandelingen moet eraan worden toegeschreven. Samen met het self limiting-karakter van de meeste aandoeningen is het verantwoordelijk voor het merendeel van de successen van het dokteren.
Op de derde plaats van de veel voorkomende klachten waarmee de mensen gewoonlijk niet naar de dokter gaan, na spierpijn en hoofdpijn, staat verkoudheid. De dokter kan daar niets aan doen, en dat is genoegzaam bekend. Andere misverstanden tieren wel welig. Zoals de naam van de aandoening al suggereert, wordt vaak gedacht dat kou de oorzaak is. Kinderen worden door hun moeder stevig ingepakt bij wijze van voorzorg. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat dit onzin is. In Engeland is geruime tijd een groep wetenschappers actief geweest die zich the common cold group noemde. Ze zijn helaas door Pinochet-vriendin Thatcher wegbezuinigd. De onderzoekers lieten vrijwilligers enkele dagen en nachten kou lijden om te zien of ze daardoor meer verkouden werden dan lieden die er lekker warm bij hadden gezeten. Dat bleek niet het geval. Wanneer beide groepen in aanraking kwamen met het verkoudheidsvirus, traden geen verschillen op.

Een ander experiment van de groep heeft grote invloed gehad op het denken over ziekte en gezondheid. Een honderdtal mensen kreeg een test voor de kiezen, waarvan werd verteld dat de score in hoge mate samenhing met het vermogen in dit leven gelukkig te zijn. Daarnaast werd gesteld dat de uitkomst van groot belang voor de wetenschap was en dat het daarom op prijs werd gesteld wanneer men zijn beste beentje zou voorzetten. De test zelf bestond uit onmogelijke opgaven. De deelnemers werd duidelijk dat ze er niets van konden bakken.
Na afloop had iedereen een gesprek met de proefleidster. In dit gesprek stelde ze duidelijk dat de geleverde prestatie teleurstellend was. Bij die gesprekken tekenden zich twee typen mensen af. Het ene type betrok de wanprestatie op zichzelf. Ze meldden altijd al moeite te hebben gehad met dit type sommetjes. Herinneringen aan andere slechte prestaties kwamen boven. Deze mensen hadden niet zo'n positief zelfbeeld. Het andere type ging in de aanval. Ze wilden weten wie die test eigenlijk had ontwikkeld, omdat er geen spaan van deugde. Het was eigenlijk een schande dat zij daar hun tijd aan hadden moeter verspillen.
Na de gesprekken kregen alle proefpersonen een neusdruppelflesje; hun werd gevraagd deze druppels zo goed rnogelijk op te snuiven. De vloeistof bevatte een verkoudheidsvirus. De mensen die zichzelf de schuld gaven van de slechte score, bleken zeer signifant vaker verkouden te worden. De onderzoekers noemden hen immuno-suppressive prone personalities. Het lijkt dus zo te zijn dat het voor de gezondheid van belang is bij tegenslag de schuld buiten jezelf te zoeken. Bij voorspoed is het daarentegen het beste de oorzaak in de eigen persoon te plaatsen. Het is niet ondenkbaar dat we hier te maken hebben met een oorzaak voor de hoge leeftijd die veel politici bereiken. Al eerder was door Holmes op grond van statistisch onderzoek aangetoond dat tragische levensgebeurtenissen de kans op ziekte of overlijden vergroten. Dood van de partner of van een kind of een scheiding stond daarbij bovenaan als oorzaak van ziekte.
Het belang van deze ontdekkingen is dat het onderscheid tussen zogenaamd psychische en echte ziekten wegvalt. Ongeluk en de wijze waarop daarmee wordt omgegaan hebben een directe invloed op de gezondheid. Het is daarom kortzichtig onbegrepen klachten psychisch te duiden en aantoonbare afwijkingen met voorbijgaan aan de levenssituatie te behandelen.

......

Voor de emotie is niet reëel wat is, maar wat verandert. Emoties ontstaan niet door de aanwezigheid van iets aangenaams of onaangenaams; ze ontstaan door verandering in aangename en onaangename omstandigheden. Volgens Spinoza werden emoties gewekt in de overgang van geringere naar grotere volkomenheid, of omgekeerd. Geld maakt niet gelukkig, maar geld krijgen is een groot genot. Geld kwijtraken is een ramp, zelfs wanneer nog een aardig inkomen rest. Gevoelens zijn das vaak gebaseerd op vergelijkingen. Weinig geld hebben is veel erger wanneer anderen veel hebben. Om die reden is ongeluk heel gewoon in de miljoen gezinnen die in Nederland onder het minimum zitten. De 300.000 miljonairs die ons land inmiddels telt, en de exhibitionistische verrijking aan de top van het bedrijfsleven maken het allemaal niet beter.
Maar er zijn nog meer mechanismen die tot ons ongeluk strekken. De emotie-psycholoog Nico Frijda was de uitvinder van de Wet van de Asymmetrische Adaptatie aan Blijheid en Droefheid. Blijheid vloeit voort uit verandering en verdwijnt bij blijvende bevrediging. Droefheid daarentegen persisteert onder blijvende ontbering. Aan de redenen voor vreugde went men; aan de redenen voor smart niet, of minder.

......

Een en ander maakt het najagen van geluk tot een vermoeiende bezigheid. Onvredes wisselen van plaats. Wanneer men het één heeft, komt het tekort van het ander weer naar voren of mist men wat voor het nieuwe was ingeruild. Het was vroeger wel koud op de slaapkamer, maar die gezelligheid bij de kachel komt nooit meer terug. In een langdurige relatie worden de hinderlijke eigenschappen van de geliefde duidelijk zichtbaar en lijkt het gras aan de overkant groener. Bij verlating verdwijnt wat zo hinderde achter wat zo lieflijk was en nu ontbreekt. De warme vertrouwdheid valt pas op nu ze verdwenen is. Het verlorene en het onbereikbare wenken steeds achter het bereikte.
De evolutie heeft ons met deze emoties begunstigd. Ze geven aan wat er gebeuren moet. Als dat bereikt is, gaan ze op stal. Mensen zijn zich daarvan bewust, dat geeft het probleem. Ze streven niet meer de dingen na, maar het geluk zelf. En dat blijft wijken en wenken. Aan de horizon.


Boeken over geluk zijn te koop op bol.com. We zetten er een aantal voor u op een rij. In de linkerkantlijn een link naar boeken over kanker.