Tegen beter weten in op zoek naar de Ware

Twintigers weten het zeker: ze gaan het anders aanpakken dan hun scheidende, ruziënde ouders. Wie eenmaal de Ware heeft gevonden, zet zijn relatie niet meer op het spel. Maar ja, de eigen vrijheid opgeven en je helemaal binden, is eng. Bovendien: straks kom je die Ene tegen die veel beter bij je past. Zo bedriegt de neoromanticus zichzelf met zijn dromen.

Door Malou van Hintum. Vrij Nederland, 17 juli 2004.

Degenen die zich druk maken om onze normen en waarden, onze minister-president voorop, zal het deugd doen: onder jongeren beleeft het romantische ideaal een comeback. Vooral onder de kinderen van de echtscheidingscultuur, de twintigers. Ze verwerpen het credo van hun babyboomouders: vrijheid, blijheid; en seks en liefde kun je los van elkaar zien. Zo bereik je de Ware Liefde niet, vinden ze.

Scheiden

Het blijkt een fatale combinatie: de behoefte aan zelfontplooiingen de veeleisende druk-druk-druk-maatschappij. Vooral werkende ouders houden daardoor nauwelijks tijd voor elkaar over. Ze ruziën over de taakverdeling, zien elkaar alleen als ze afgepeigerd zijn en raken op elkaar uitgekeken - of erger `Moderne gezinnen waarin beide ouders werken, zijn een continubedrijf, stomende fabriekjes waarin de 'magie' tussen de partners -zo essentieel voor een goede relatie- makkelijk vermorzeld raakt.'

Meer .............


 

Hun ouders, die in de jaren zestig braken met conventies en tradities, zijn daarvan het beste voorbeeld. Al experimenterend hebben zij de brokken gemaakt waar de twintigers nu mee zitten. Want wie heeft er niet gescheiden ouders, of vrienden met gescheiden ouders? Wie heeft er niet tussen zijn ouders gestaan, terwijl ze ruzieden over de vraag wie het kind `nam' in het weekend? Wie heeft niet vriendjes of vriendinnetjes te logeren gehad die even werden uitbesteed omdat hun ouders wel wat anders aan hun hoofd hadden dan de tere kinderziel? Zo moet het dus niet.

Veel jongeren zijn opgegroeid in een welvarend gezin waarin wordt onderhandeld, en maakten mee hoe delicaat de balans is die hun ouders in stand probeerden te houden -met allebei hun eigen (over)werk, hobby's, vrienden en verplichtingen. En hoe gemakkelijk het evenwicht zoek raakt -met alle gevolgen van dien. En hoewel diezelfde jongeren een ander credo uit de jaren zestig hooghouden - wees trouw aan jezelf! Bewaar je eigen autonomie! - verwerpen ze tegelijkertijd de gevolgen ervan: verbroken relaties, opgezegde vriendschappen en getroebleerde familieverhoudingen.

`Juist de generatie van de kinderen van de echtscheidingscultuur koestert het romantisch ideaal,' zegt cultuursocioloog en trendwatcher Carl Rohde, wiens bureau Signs of the Time wereldwijd tweehonderdvijftig `cool hunters' in dienst heeft.
`Ze zijn gepokt en gemazeld in die cultuur, ze hebben de emotioneel disruptieve gevolgen ervan meegemaakt, en ze weten één ding zeker: Wij Gaan Het Anders Doen. Van Boedapest tot Oslo tot Rome zeggen jongeren van zeventien, achttien jaar: als ik moet kiezen tussen opgevoed worden door ruziënde ouders of door mijn moeder alleen, kies ik voor het eerste.
Babyboomers kozen er juist voor om in zo'n geval de opvoeding alleen op zich te nemen. Ik noem dat dan ook de "softe generatiekloof". De grote vraag is natuurlijk of het die jongeren ook gaat lukken om het anders te doen. En het antwoord luidt: nee. Want hoewel jongeren het romantisch ideaal erg opwaarderen, hebben ze weinig voorbeelden van hoe het wel moet.'
Daar komt nog wat anders bij: niet alleen het goede voorbeeld ontbreekt, ook de psychologische bagage om de zaken anders aan te pakken. Rohde: 'Jongeren zijn extra gemotiveerd om langdurige relaties aan te gaan, maar ze zijn er niet goed voor geëquipeerd. Dat zie je al bij de groep vijfentwintig- tot vijfendertigjarigen. Die komen uit kleine gezinnen waarin ze allemaal de boventoon voerden. Daardoor staan ze zowel calculerend als naïef in de wereld. Ze slepen een tamelijk gewond zieltje met zich mee en hebben prioriteitslijstjes van hier tot god. Ze willen symbiotisch opgaan in de ander, maar op hun eigen voorwaarden. Dat is cultuursociologisch dynamiet. Ze zijn totaal gericht op zichzelf: the brand called me. Je moet jezelf als merk neerzetten, je identiteit, je imago. Dat is heel calculerend. Bovendien is iedereen, net zoals een merk, vlotter inwisselbaar dan ooit. Wat je in feite ziet is dat het model van de mannelijke homowereld wordt omarmd; in die zin worden we allemaal homo’.

Is dit wat de dragers van de echtscheidingscultuur wilden: het gezin en de genadeklap geven? Ze begonnen juist zo blij en optimistisch aan hun toekomst. Dankzij de emancipatie, de pil en de individuele vrijheid die daardoor mogelijk werd. Iedereen zou er alleen maar beter op worden. Ze zouden als onafhankelijke mensen zelf keuzen maken en alleen in alle oprechtheid met elkaar verkeren. Weg met het keurslijf van de monogamie, weg met de onvervulbare belofte van eeuwige trouw, weg uit de kluisters van de twee-eenheid die vrouwen belemmerde in hun zelfontplooiing en mannen dwong heimelijk naar de hoeren te gaan, of er stiekem een verhouding op na te houden. Geen dubbele moraal meer, geen zelfopoffering –compromisloos jezelf ontplooien, daar ging het voortaan om En zo werden langzaam maar zeker niet bruiloften, maar (echt)scheidingen het gesprek op borrels en verjaardagsfeestjes. `Zij ook al? Ja, zij ook al. In 1960 gingen er 5700 huwelijken stuk, tegenwoordig zijn het er 37.500 (inclusief flitsscheidingen). En het einde van deze oplopende lijn lijkt nog niet in zicht. Daarbij zetten de ongehuwde stellen de trend: van hen breekt de helft hun relatie weer af. En zo duiken op foto's en videos van vrolijke samenkomsten steeds nieuwe mensen op en verdwijnen er andere. De een komt met de ex van de ander, de volgende mer weer een nieuwe vriend(in), en van wie alle kinderen zijn die hier rondlopen, is soms ook lastig te achterhalen.

Het chaotische liefdesleven van de babyboomers is een slecht voorbeeld voor hun kinderen, maar er zijn meer factoren. Vraag het maar aan de dertigers en veertigers van nu. Zo zorgt ook de veranderde organisatie van het werk ervoor dat het lastiger wordt je voor altijd aan iemand te binden. Dan gaat het niet alleen over het feit dat, met de emancipatie van vrouwen, de werkvloer wel een relatiebemiddelingsbureau lijkt. Er is haast geen plaats te bedenken waar mannen en vrouwen niet samenwerken. En wie begrijpt je nu beter dan die aardige collega met wie je jouw sores kunt bespreken? Met wie je na afloop van een klus nog een borrel drinkt, of die met je meegaat naar een congres ver weg? Daarnaast heeft de organisatie van het werk ook invloed op de manier waarop je over je leven denkt en het inricht. Overwerk en continue bereikbaarheid doen voortdurend een inbreuk op het privéleven. En sluipenderwijs doen economische formules als `flexibiliteit' en 'netwerk' ook hun invloed gelden.

De starre familieverbanden zijn ingeruild voor het (flexibele) vriendennetwerk, schrijft de Amerikaanse socioloog Richard Sennett in zijn boek De flexibele mens. Psychogram van de moderne samenleving. En dat hangt samen met het maatschappelijk klimaat, dat nieuwe eisen stelt. Mensen moeten in toenemende mate openstaan voor veranderingen, risico's nemen, mobiel zijn. Op het werk zorgen netwerkachtige structuren voor flexibiliteit, maar daarmee ook voor onzekerheid, oppervlakkigheid en gebrek aan sociale binding. Het langetermijndenken geldt in het werk niet meer, terwijl je dat denken juist nodig hebt om privé stabiele relaties te kunnen vestigen, stelt Sennett vast. Privé is niet de tegenhanger van werk; je neemt thuis niet ineens een heel andere mentaliteit aan dan buiten de deur. Betrokkenheid en trouw groeien alleen als er sociale verbanden bestaan, en die hebben tijd nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Bedrijven die werken met een losse, netwerkachtige structuur, ontwikkelen in de regel zwakke sociale verbanden.
Sennett: `Overgebracht naar het gezinsleven beteken de afwijzing van het langetermijndenken in beweging blijven, je niet te veel inzetten opofferen. (...) Hoe kan men in een kortetermijnsamenleving langetermijndoelen nastreven? Hoe kan men duurzame sociale relaties onderhouden? Hoe kan een menselijk wezen zijn levensgeschiedenis als een doorgaand verhaal leren zien in een samenleving die slechts episoden en fragmenten kent?'
Het gebruik van de termen `relaties' en nog niet zo lang geleden begrippen die het economische leven werden gebruikt om relaties en partners aan te duiden, laat ook zien hoe anders de maatschappij is gaan denken over, inderdaad, relaties tussen mannen en vrouwen. Het zijn termen uit een wereld waarin calculeren en eigenbelang voorop staan. Is het toeval dat ze nu als vanzelfsprekend worden gebruikt voor hoogst intieme verbanden? Kan het erop duiden dat mensen, net zoals in hun arbeidende leven, afstand bewaren onder het motto `blijven openstaan voor veranderingen'? Zien we dat de job-hopper ook een love-hopper is geworden, beducht voor het aangaan van een langetermijn-commitment, en gericht op kortetermijnrelaties, die bovendien meer onderhandelbaar zijn? `Mensen zijn als de dood verlaten te worden, hunkeren naar de veiligheid van samen-zijn en een helpende hand in moeilijke tijden. Tegelijkertijd zijn ze op hun hoede om écht met iemand verbonden te zijn, laat staan voor altijd. In onze tijd van individualisering zijn relaties "mixed blessings". Ze bewegen zich tussen zoete droom en nachtmerrie,' schrijft de Amerikaanse socioloog Zygmunt Bauman in zijn boek Liquid Love. On the Frailty of Human Bonds. `Het begrip "relatie" vertelt in één adem het verhaal van het plezier van het samenzijn en de verschrikking erin opgesloten te zijn.' Anders gezegd: het `gewonde zieltje' van de vijfentwintig- tot vijfendertigjarigen over wie Rohde spreekt, wil zo graag versmelting met de ander, maar zijn even diepgevoelde verlangen naar autonomie verhindert dat die tot stand komt.

Hebben Rohde, Bauman en Sennett gelijk? Bestaat er onder de jongeren van nu zo'n discrepantie tussen willen en kunnen als het om een romantische verbintenis gaat? Volgens onderzoek onder ruim duizend studenten van de Leuvense universiteit wel. In hun verslag Houdingen omtrent huwelijk en echtscheiding bij eerstekandidatuursstudenten aan de K. U. Leunen concluderen de sociologen Tim Vanhove en Koen Matthijs dat de studenten die zij interviewden blijk geven van een `onrealistisch optimisme' wat hun relationele toekomst betreft. De jongeren weten dat huwelijken stuklopen op de hoge eisen van beide partners, maar dat is geen reden om die niet zelf ook te stellen. Vanhove en Matthijs: `jongeren combineren voorwaardelijke trouw (met als voorwaarden liefde!, vertrouwen!, jezelf blijven! eerlijkheid!) met een groot optimisme dat het hén wel zal lukken, ondanks de vele voorbeelden van het tegendeel.' Ook de vijfendertig studenten die Joanne van den Eijnden voor haar afstudeerscriptie Liefde gaat voor lust ondervroeg over monogamie en seksuele trouw, bevestigen dat het ideaal van een liefdevolle, langdurige en exclusieve relatie springlevend is onder jongeren. En ook zij stellen hoge eisen. Van den Eijnden concludeert: volgens deze studenten is het in een relatie `belangrijk elkaar te stimuleren, met elkaar te kunnen praten, je eigen dingen te kunnen blijven doen, niet te verlangen naar anderen en een goed seksleven te hebben. En altijd veel van elkaar te houden.'
Monogamie is een voorwaarde en middel voor het bereiken en laten slagen van een relatie. Dat bevestigt het Trendbox-onderzoek Life en Living naar seks en relaties. Daaruit blijkt dat tachtig procent van de zestien- tot vierendertigjarigen vindt dat vreemdgaan echt uit den boze is, ook voor een enkele keer. Je kunt seks en liefde los van elkaar zien als je (nog) geen geliefde hebt. Maar als je eenmaal bij elkaar bent, is seks een middel om de intimiteit te bevestigen; lust met een ander is fout.

De combinatie van hoge eisen aan de andere en grote autonomie voor jezelf maakt het het haast onmogelijk om een relatie in stand te houden. De huidige emotiecultuur vraagt te `zeggen wat je denkt' en je gevoelens niet te onderdrukken. Dat gaat slecht samen met kwaliteiten die juist nodig zijn om goed te kunnen blijven samenleven: een beetje inschikken, compassie tonen, bereid zijn om samen te werken en compromissen te sluiten. Ook voor die `cultuur van de oprechtheid' is fundament door de babyboomers gelegd: volg je hart - als dat niet romantisch is. Mensen zeggen dan ook dat een nieuwe liefde hen `overkwam': die oogopslag, die lach, ik voelde me onmiddellijk gegrepen en begrepen, ik kon niet anders. Ik móest praten, drinken, dansen, het bed delen. Onontkoombaar- en zo romantisch! Zelfs de afgedankte geliefde moet het begrijpen. `Onzin,' zegt emeritus hoogleraar psychologie Nico Frijda, auteur van het standaardwerk De emoties. `Er zijn dingen die onbedwingbaar zijn. Je kunt er niets tegen doen dat iemand spookt in je dromen, maar wel dat je er een stap voorverzet hem haar "te krijgen". Elke emotie is perfect beheersbaar door andere emoties. Tussen droom en daad speelt cultuur een grote rol. Mensen die zeggen dat ze hun gevoelens willen volgen, zijn net zo normatief bezig als mensen die beweren dat die gevoelens beheerst en onderdrukt moeten worden. Dat je voor je gevoel moet uitkomen en dat dat authentiek is, is een bedenksel, een kreet uit de jaren zestig van de vorige eeuw.' Wie `authentiek zichzelf achterna gaat' maakt onvermijdelijk relationele brokken. Mensen willen geborgenheid en veiligheid, maar die mogen hun vrijheid niet in de weg staan. De liefde wordt aan voorwaarden gebonden, en daarmee wordt automatisch een afstand tot de geliefde ingebouwd die een totale overgave in de weg staat, terwijl dat nu juist het ultieme ideaal is.

Gezins- en relatietherapeut Carolien Roodvoets, auteur van boeken over vreemdgaan en verkeerde mannen, ziet in haar praktijk dagelijks de gevolgen van de cultuur waarin `echtheid' en individuele autonomie voorop staan. `Mensen willen dichter bij zichzelf blijven en dat is op zichzelf een goede ontwikkeling,' vindt ze.
`Ze streven naar authenticiteit en menen dat alles wat weggemoffeld wordt, zich tegen je keert. Dat heeft een cultuur zonder schaamte tot gevolg, een cultuur waarin weinig wordt verhuld. Daar zit een positieve kant aan: ik ga niet voorliegen wat er niet is. Maar dat kan ook ontaarden in egoïstisch, narcistisch gedrag, in alleen doen waar je zelf zin in hebt. Terwijl samenleven juist betekent dat je een balans moet vinden tussen jouw belangen en die van de ander. Dat is voor veel mensen heel moeilijk De huidige cultuur van `sneller, beter, meer’ doet relaties ook geen goed. Roodvoets: hoe jonger je bent, hoe meer er is te doen. Studeren, feesten en beesten, even naar Barcelona vliegen om daar naar de disco te gaan. Jongeren hebben veel meer geld dan vroeger en willen ook veel meer. En ze hebben te hoge verwachtingen van elkaar. Ze zijn uit op echte liefde, die emotioneel een grote toegevoegde waarde heeft. Je moet goed met je partner kunnen praten, en er ook heftige seks mee hebben. De Romantische Liefde in een nieuw jasje. Dat werkt niet. Liefde kan niet "instant". Voor beminnen zijn tijd en aandacht nodig.' Schaarse elementen in de flexibele wegwerpcultuur.

Conclusie: mensen zoeken zich een ongeluk naar die Ene, maar zodra ze die gevonden hebben, valt die bij nader inzien tegen. Waarna ze op zoek gaan naar de Volgende Ene. En de daaropvolgende. Vanzelfsprekende loyaliteiten bestaan niet meer. Mensen maken nu een kosten-batenanalyse van hun vriendschappen en familiebanden, met als doorslaggevend criterium: wat schiet ik er zelf mee op. Ze hebben allemaal haast, ze willen niks missen, en zeker niet met iemand doormodderen. `Vroeger moesten mensen hun dromen aanpassen aan de realiteit die hen in een bepaald keurslijf dwong. Nu hoeft dat niet meer,' constateert Jan Latten, verbonden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek en hoogleraar sociale demografie, in het bijzonder relatie- en gezinsvorming, aan de Universiteit van Amsterdam. `Slechte relaties die vroeger in stand bleven omdat een huwelijk ook allerlei andere functies vervulde dan alleen emotionele, gaan eraan. Mensen kiezen steeds meer zelf in plaats dat ze geleefd worden. Dat zie je op macroniveau, waar traditionele verbanden (van de kerk, het dorp, de sportvereniging) zijn weggevallen en individuele keuzen voorop staan, en dat zie je ook op het microniveau van een relatie. Dat maakt relaties heel kwetsbaar. Ze zijn niet meer vanzelfsprekend voor het leven; ze moeten geschikt zijn om je dromen te realiseren, je behoefte aan zelfontplooiing. Een relatie is "slechts" een hulpmiddel geworden om in je leven gelukkig te worden, en als dat hulpmiddel niet meer werkt, ga je weg. Dat doen veel mensen dan ook; ze hebben meer relaties achter elkaar, en die duren ook korter. Er is tegenwoordig een sterke acceptatie dat iets niet meer voor eeuwig is. Daarom vieren sommige mensen ook hun scheiding, net zoals hun huwelijk.

Het gevaar van al die keuzemogelijkheden is volgens Jan Latten dat er mensen buiten de boot vallen. `Niet iedereen kan zich gedragen volgens de Tempo Team-reclame, maar een feit is wel dat de twintigers van nu een leven leiden dat doortrokken is van de nieuwe normen: de pil', (voor seks om de seks), de emancipatie (voor de eigen eisen) en de secularisering (voor het belang van hier en nu), die allemaal de persoonlijke vrijheid groten. Die vrijheid gaat de komende tien jaar het beeld van de maatschappij bepalen en zal voor heel wat scheidingen zorgen, al blijven die voor een belangrijk deel statistisch onzichtbaar omdat er steeds minder wordt getrouwd.'
De cijfers zijn niet nieuw, maar we noemen ze toch nog maar een keer: van het hoogtepunt ruim 123.000 huwelijken in 1970 zitten we nu op het voorlopige dieptepunt van 83.000 (alleen in 1995 werd er nog minder getrouwd: ruim 81.000 keer). Tegelijkertijd neemt het aantal informele relaties en informele gezinnen toe. Veertig procent van de eerste kinderen wordt niet meer in een formeel gevestigde relatie geboren. En hoewel mensen hun kinderen vaak later alsnog `echten', is de trend naar informalisering van de gezinsverhoudingen onmiskenbaar: het aantal informele gezinnen sinds 1995 bijna verdrievoudigd (van 78.000 in 1995 tot 214.000 in 2003. Het aantal echtparen met kinderen is, niet verwonderlijk, afgenomen: van ruim twee miljoen in 1995 naar bijna 1,9 miljoen in 2003). Die trend is in lijn met de bewegingen op de huwelijksmarkt. Was in 1970 77 procent van de mensen gehuwd en 19 procent ongehuwd (en 1 procent gescheiden), in 2003 gaat het om 58 procent gehuwden en 32 procent ongehuwden (en 8 procent gescheiden mensen).
Jan Latten: 'Er komen steeds meer tijdelijke singles, en het krijgen van kinderen buiten een duurzame relatie zal vaker voorkomen: het wordt normaler dat je partner iemand anders is dan de vader of moeder van je kinderen. De acceptatie daarvan zal op den duur toenemen, maar voorlopig wordt het nog niet mainstream. Je zult wel steeds meer zien dat stellen kinderen nemen zonder erover na te denken of ze wel twintig jaar bij elkaar blijven.' Dat laatste vindt Carolien Roodvoets wel een probleem. `Je kunt heel goed oud worden in een patroon van seriële monogamie, voor mijzelf werkt het uitstekend. Maar als je kinderen wilt, neem je dan alsjeblieft voor twintig jaar bij elkaar te blijven, wat er ook gebeurt. Want als er kinderen in het spel zijn, is de verantwoordelijkheid voor hen veel belangrijker dan de authenticiteit van je relatie. Dan gaat het om samenwerken, samen leven, om compromissen sluiten.'

Het is überhaupt een goed idee om het huidige romantische ideaal te relativeren. Gewoon, voor je eigen zielenrust. Een sterke band met je partner is belangrijk, maar die hoeft niet per se romantisch te zijn, vindt Roodvoets. `Liefhebben is eigenlijk een soort ambacht, je moet het elke dag oefenen. Een relatie is niet "hard werken", zoals je weleens hoort, dan klopt er iets niet. Maar het is wel je huiswerk doen, en je egocentrische trekjes in toom houden.' Natuurlijk is er altijd iemand te vinden die nog beter bij je past, zegt ze. `Maar daar gaat het niet om. De kwaliteit van je relatie wordt bepaald doordat je er praktisch, maar vooral ook emotioneel in investeert. Juist omdat mensen dat weinig doen, gaan ze gemakkelijker bij elkaar weg. Maar als je dat wel doet, raak je emotioneel met elkaar verbonden en ontstaat er over en weer loyaliteit. Die leg je niet zomaar af. Ook niet voor tien of honderd anderen met wie het beter kan.'

Voorlopig ziet het er niet naar uit dat de generatie twintigers dat idee zal omarmen. Trendwatcher Carl Rohde constateert dat ideaal en werkelijkheid verder uit elkaar komen te liggen dan ooit. `Het verlangen naar geborgenheid van die generatie is immens, maar tegelijkertijd is ze ook heel cynisch. Uit onderzoek in Engeland komt duidelijk naar voren dat jongeren niet geloven in het stichten van een gezin. Dat lukt gewoon niet, zeggen ze. Jonge vrouwen zien mannen als een toy boy: je hebt er prettige momenten mee, maar je kunt ze niet serieus nemen als vader van je kinderen, en blijven doen ze niet.' En daar zit ook wat in, denkt Rohde. `Jonge mannen zijn "new lads" geworden. Ze zijn vroeg man, neuken zich suf, maar verantwoordelijkheid nemen, doen ze niet.'
Dit `Caribisch model' dreigt het vinden van de Ware Liefde extra te frustreren. De nieuwe generatie kopieert niet alleen het gedrag van haar ouders, ze doet er zelf nog een schepje bovenop. Daarmee wordt de keerzijde van de veelbejubelde emancipatie en individuele vrijheid pijnlijk zichtbaar: alleenstaande moeders die zich verlaten op hun vriendinnenkring, dolende mannen die geen verantwoordelijkheid meer nemen omdat ze, functioneel gezien, niet meer nodig zijn. Geld, onderdak, seks en kinderen: vrouwen kunnen het zelf wel af.
'Mannen worden de grote verliezers van deze ontwikkeling,' voorspelt Jan Latten. 'In de toekomst zal een op de vijf mannelijke veertigers single zijn. Ze lopen het risico verloren rond te zwabberen in een maatschappij waar ze weinig geborgenheid meer vinden. Kijk maar naar de problemen veel gescheiden vaders nu al hebben om kinderen te mogen zien.' Daar staat tegenover dat de 'gevoelige man die `oprecht' kan praten over zijn `authentiek gevoelens, een streepje voor heeft. Misschien is hij wel degene die...? Want al gaat de weg naar Liefde niet over rozen, elke nieuwe generatie blijft het proberen. We kunnen het immers allemaal beter dan onze ouders.

Tenzij anders vermeld zijn de in dit verhaal genoemde cijfers afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek

Boeken over relaties, vindt u hier.