Onder de kop ‘Alle reden tot zorg over seksgedrag’ reageerde Martine Delfos (Volkskrant Forum, 18 augustus 2005) op het artikel ‘Schuren, punteren en ballen’ (Het Vervolg, 13 augustus). Ze signaleert wat ze ‘een knap staaltje van de Nederlandse moraal‘ noemt, namelijk: ‘De jongeren zeggen ronduit schokkende dingen, de deskundigen maken zich niet echt zorgen’. Tegenover die deskundigen (onder wie ik) stelt Delfos haar opvatting dat ‘de manier waarop kinderen en jongeren met seks omgaan iedereen in alle lagen van de bevolking lijkt te schokken’. Ook vindt ze dat ‘autochtone Nederlanders’ zich graag in slaap laten sussen ‘met het idee dat het in Rotterdam vooral om Kaapverdiaanse jongeren gaat’. En ze vervolgt: ‘Het gaat niet om een probleem van allochtonen, het is een wereldwijd verschijnsel.’
   
  socioloog Cas Wouters reageert in de Volkskrant van 23 augustus op Martine Delfos
   
  Ik vind dat voornamelijk angstaanjagerij. De woorden van Delfos getuigen van een ongerichte morele paniek. In dit opzicht is ook het artikel ‘Schuren, punteren en ballen’ van hetzelfde laken een pak. In dat stuk komen eerst ‘Bimi en zijn vrienden’ aan het woord; zij ‘kennen allemaal wel iemand’ die met de recente verkrachtingszaken in Rotterdam te maken had. Nadat Bimi heeft verklaard ‘geil’ te worden van een vriendin van zijn zusje, wordt hij als volgt geciteerd: ‘Ze is 13 jaar oud, maar ineens groot geworden. Zo volwassen. Ze is mooi, staat met je te flirten en roept om aandacht.’ Daarna schrijven de auteurs van het stuk: ‘En dan vraag je er als meisje om, vindt veel Rotterdamse jeugd.’
Dat geloof ik niet. Het lijkt mij niet meer dan journalistieke olie op het vuur van de morele paniek over jongerenseksualiteit. Het merendeel van de Rotterdamse jeugd zal namelijk niet anders zijn dan het merendeel van de Nederlandse jeugd voor wie op elk moment van seksuele toenadering ‘nee’ voorgaat. Uit allerlei onderzoek, ook dat voor mijn boek Seks en de seksen (2005), blijkt dat het proces van vrouwenemancipatie in de vorige eeuw heeft geresulteerd in een zich uitbreidende erkenning van wederzijdse instemming en wederzijdse aantrekkingskracht als leidende principes in alle hofmakerij en vrijages. Zonder wederzijdse instemming als krachtig uitgangspunt, zouden mensen die elkaar voor het eerst zien of ontmoeten niet zo openlijk elkaars erotische en seksuele aantrekkingskracht durven peilen als gangbaar is geworden. Ook het jezelf uitdagend kleden en uitdagend gedragen is vrijwel gemeengoed. Daarmee is de belofte van seksualiteit volkomen openbaar geworden.
   
 

Sedert de jaren zestig en zeventig is het argument dat een meisje ‘erom vraagt’ als ze flirt, een kort rokje draagt, of ‘om aandacht roept’ een tijdlang verdwenen. Niemand durfde er nog serieus een beroep op te doen. De hoon waarmee hij zou worden overladen, klonk al bij voorbaat in zijn oren. Dat die uitdrukking en die praktijk nu weer terug zijn, is volgens mij direct verbonden met de nieuwe groep jongeren die een ‘nee’ lang niet altijd respecteert. De hoon daarover heeft hun oren nog niet bereikt en/of heeft er zich nog niet genesteld. Nederlandse meisjes 'dagen zelf uit blond haar dikke tiet korte rok grote bil dus klaar dan krijgen ze het’; in die geest lieten enkele jongeren zich op internet uit over het gewraakte artikel. Het zijn jongens die doorgaans deel uitmaken van de veel grotere groep van ‘allochtonen’. Maar veruit de meeste jongeren, ook die uit Rotterdam, zijn wél opgegroeid met ‘wederzijdse instemming’ als vanzelfsprekend uitgangspunt voor alle seksuele toenaderingen.
Het is daarom, zacht gezegd, opmerkelijk dat de morele verontwaardiging over tienerseksualiteit zich niet of nauwelijks richt tegen de ‘ze-vragen-erom’ mentaliteit. In plaats van deze vorm van machismo doelgericht te beschamen, wordt de schaamte en de schande vooral gelokaliseerd bij de hijgerige seksualiteit van MTV en het gebruik dat jongeren van internet maken.
Volgens mij komen de gewraakte ‘schokkende uitspraken’ in het artikel dus wel degelijk uit een beperkte groep jongeren. Ik acht de kans groot dat ze thuis leven onder een nogal autoritair regiem, dat is gericht op het bedwingen van (gevaarlijk geachte) verleidingen door de situaties en relaties waarin ze kunnen opspelen te vermijden of te verhinderen. Het is een externe controle die de mogelijkheden tot het overschrijden van grenzen beperkt. Buitenshuis zijn ze er daardoor niet aan gewend die grenzen zelf aan te houden of behoedzaam te verkennen. In grenssituaties, waar die sociale controle ontbreekt of wordt vervangen door een sociale controle van leeftijdgenoten onderling - waarin de toon wordt gezet door de brutaalste - zullen zij daarom gemakkelijker uit de bocht vliegen dan jongeren die opgroeien in gelijkere verhoudingen. Want in veruit de meeste gezinnen bestaat de opvoeding voor een belangrijk deel uit het stimuleren van zelfsturing en oefeningen in zelfcontrole.

Op grond daarvan heb ik er ook vertrouwen in dat tieners de nieuwe mogelijkheden van internet aankunnen, iets wat Delfos kennelijk betwijfelt. Die mogelijkheden zullen worden ingelijfd in het geheel van experimenten op zoek naar een ‘lustbalans’ - een bevredigende balans tussen het verlangen naar seksuele bevrediging en het verlangen naar duurzame intimiteit. Jongeren kunnen de anonimiteit van internet gebruiken om de zelfstandige kracht van hun seksuele verlangen te peilen. Ik denk niet dat hun verlangen naar een zo duurzaam mogelijke intimiteit daardoor zal verminderen. Ze komen namelijk uit intieme verhoudingen en ze zullen de intieme vertrouwelijkheid van zulke relaties niet willen of kunnen missen. In de periode van experimenteren die de puberteit is, wordt dit relationele verlangen nader afgestemd op het verlangen naar seksuele bevrediging en/of naar bevrediging van seksuele nieuwsgierigheid. Het zoeken naar een harmonieuze verhouding tussen beide verlangens kan een leven lang duren, duurt ook langer voor steeds meer mensen, maar het is toch het sterkst in de tienerleeftijd.

   
  De hele twintigste eeuw is een eeuw van steeds opschuivende geilgrenzen: van blote enkels, krimpende roklengtes, hotpants en doorkijkblouses tot aan de naveltruitjes met afgezakte doorkijkbroeken en tangaslips van nu. Steeds zijn er ouders en ouderen geweest die bezorgd uitriepen dat de jeugd nu toch werkelijk alle perken te buiten ging, maar die groep heeft tot nu toe steeds bakzeil gehaald. Voor zover ik het kan overzien zijn er ook nu niet veel jongeren die het machismo van de rapclips vol schuddende billen en borsten op MTV zodanig imiteren dat ze die fantasiewereld niet meer kunnen onderscheiden van de werkelijke wereld. MTV en internet krijg je bovendien niet weg. Ik vermoed dat de nieuwe seksuele vrijheid die internet biedt eerder onder controle zal zijn gekomen dan de nieuwe ‘ze-vroeg-erom’ mentaliteit.
Dat vertrouwen ontleen ik ook aan de geschiedenis. In mijn boek Seks en de seksen laat ik vrij gedetailleerd zien hoe de repressieve externe controle op de omgang tussen de seksen is vervangen door een subtielere zelfcontrole die intieme relaties op voet van gelijkheid mogelijk maakt. Het ingang vinden van de regel dat inzake liefde en seks ‘nee’ voorrang heeft, komt neer op een toegenomen sociale controle op de zelfcontrole en per saldo op een toegenomen druk van sociale controles op elk individu.
Toch hebben juist deze veranderingen in de balans van controles de basis gelegd voor de emancipatie van seksualiteit en voor de ontwikkeling van de lustbalans in de richting van een seksualisering van de liefde en een erotisering van de seks. In die ontwikkeling is het aantal jongeren wier benen niet sterk genoeg waren om de weelde van nieuwe seksuele vrijheid te kunnen dragen, steeds klein gebleven. In overgangsperiodes met snel verschuivende vrijheidsgraden en geilgrenzen is er wel van enige morele paniek sprake geweest, maar daarna is het vertrouwen in wat jongeren aankunnen steeds weer gegroeid en hersteld, omdat het overgrote deel telkens weer liet zien dat ze zich niet aan de nieuwe vrijheden en verleidingen te buiten ging - maar er beheerst en beperkt gebruik van wist te maken.
   
  Tot zover de Volkskrant. In 2012 schreef Cas Wouters een boek over de jeugd met als ondertitel "Emancipatie van liefde en lust sinds 1880".
   
  Sinds 1880 is de jeugd van tegenwoordig grondig veranderd, samen met de verhoudingen tussen de generaties, de seksen en de sociale klassen. Dat bracht ophef en soms morele paniek teweeg, zoals over seksualisering: van steeds kortere rokken, seks voor het huwelijk en ongehuwd samenwonen, tot terloopse seks met onbekenden en seks als ruilmiddel. Maar de ongelijkheid tussen ouders en kinderen verminderde en hun band werd intiemer en vertrouwelijker. Zo wilden steeds meer ouders hun kinderen leren zichzelf te sturen en daartoe vonden ze liefdevol bijsturen belangrijker dan het afdwingen van gehoorzaamheid. Het was een emancipatie van jongeren die gepaard ging met een emancipatie van hun seksualiteit en met opschuivende geilgrenzen.

Hier wordt verteld hoe de seksuele ontwikkeling van jongeren de afgelopen honderddertig jaar is veranderd, en hoe dat past in de maatschappelijke ontwikkeling van seksualiteit. Gegevens over sociale klassen, over nieuwe Nederlanders en over de USA worden met elkaar vergeleken, en reeksen levendige voorbeelden geven een spannend beeld van de omgang met liefde en lust van 'de jeugd van tegenwoordig'. Cas Wouters laat zien hoe veranderingen in de machtsverhoudingen kunnen verklaren waarom we in Nederland informeler en seksueler zijn geworden dan in andere westerse landen.