Liefde is geen heerszucht. Hoe kun je iemand die je liefhebt overheersen? Hoe kun je hem afhankelijk maken en toch liefdevol zijn? Maar wat er in de wereld in naam van de liefde gebeurt is iets anders: machtswellust, over de ander willen heersen. Natuurlijk is onafhankelijkheid dan ontoelaatbaar. Je doet alles om de ander identiek aan jezelf te maken. Je bent bang voor de vrijheid van de ander, omdat vrijheid zich onttrekt aan iedere controle en vrijheid niet voorspelbaar is. Dus elke zogenaamde liefde probeert op alle mogelijke manieren de vrijheid om zeep te helpen - en zodra de vrijheid vernietigd is, sterft de liefde.
Liefde is heel teer, net als een roos. Je moet haar toestaan te dansen in de regen, in de wind, in de zon.

Liefde is als een vogel in lucht, zijn vrijheid beslaat de hele hemel. Je kunt de vogel vangen, je kunt hem in een prachtige gouden kooi stoppen, en dan lijkt het dezelfde vogel die vrij rondvloog en de hele hemel voor zichzelf had. Het lijkt alleen maar dezelfde vogel, maar het is niet zo: je hebt hem vermoord. Je hebt zijn vleugels gekortwiekt. Je hebt hem zijn hemel afgenomen. En de vogels geven niets om jouw goud - hoe kostbaar je kooi ook is, het is gevangenschap. En dat doen we met onze liefde: we creëren gouden kooien.

We zijn bang, want de hemel is onmetelijk. Er is angst dat de vogel niet terugkeert.

Lovehoppers

Twintigers weten het zeker: ze gaan het anders aanpakken dan hun scheidende, ruziënde ouders. Wie eenmaal de Ware heeft gevonden, zet zijn relatie niet meer op het spel. Maar ja, de eigen vrijheid opgeven en je helemaal binden, is eng. Bovendien: straks kom je die Ene tegen die veel beter bij je past.

Meer ......


 

Om hem onder controle te houden moet hij gevangen gezet worden. Zo wordt liefde omgezet in een huwelijk. Liefde is een vogel in de lucht: het huwelijk is een vogel in een gouden kooi. En natuurlijk kan de vogel het jou nooit vergeven. Je hebt al zijn schoonheid, zijn vreugde, al zijn vrijheid vernietigd. Je hebt zijn geest gebroken - nu is hij nog maar een dode imitatie. Maar je hebt je van één ding verzekerd: dat hij je niet kan ontsnappen, dat hij altijd van jou zal zijn, dat hij morgen ook nog van jou is en overmorgen.

Geliefden zijn altijd bang. Er is angst omdat liefde komt als een koele bries. Je kunt haar niet produceren, zij is niet iets dat gemaakt kan worden - zij komt. Maar alles wat uit zichzelf komt kan ook weer uit zichzelf weggaan. Dat is een natuurlijk verschijnsel. Als de liefde komt bloeien er bloemen in je, ontstaat er een lied in je hart, een verlangen om te dansen maar met een heimelijke angst.

Wat zal er gebeuren als dit briesje dat naar jou toegekomen is - koel en geurig - jou morgen weer verlaat? . . . want jij bent niet de grens van het bestaan. En het briesje is alleen maar te gast - het blijft bij je zolang het wil en kan elk moment weer gaan.
Dit veroorzaakt angst in mensen en zo worden ze bezitterig. Ze doen hun deuren en ramen dicht om het briesje binnen te houden, maar als jouw deuren en ramen gesloten zijn blijft het briesje niet hetzelfde. De koelheid ervan gaat verloren, de geur gaat verloren -al gauw wordt het iets walgelijks. Het heeft vrijheid nodig en jij hebt die vrijheid weggenomen- er is alleen nog iets doods overgebleven.

Om met de ander een duurzame liefdesband te kunnen vormen, is het noodzakelijk dat de ander zelfstandig is. Alleen door die zelfstandigheid kan er sprake zijn van gelijkwaardigheid en daardoor van een evenwichtige wederkerigheid. Wederkerigheid is een voorwaarde voor een duurzame liefdesband, omdat die alleen dan door beiden op evenwichtige wijze in leven wordt gehouden.

Voor boeken over liefdesgedichten, klik hier.