Jonge mensen die verliefd worden, worden heen en weer geslingerd tussen heftige verlangens om te versmelten met de ander en angst om hun vrijheid te verliezen.

Die behoefte aan versmelten is een onbewust verlangen van twee geliefden die hun even doet terugvoeren naar de kinderlijke toestand dat zij nog vrijwel één waren met hun moeder. De volwassen mens weet dat dit verlangen niet lang stand mag houden, want de volwassene kiest voor zijn of haar vrijheid. Het verlangen is niet verkeerd, zolang mensen zich maar bewust blijven dat het er in het leven omgaat om de afwisseling. Je binden aan een ander is niet aantrekkelijk wanneer je jouw vrijheid dreigt te verliezen. In dit spel van aantrekken en afstoten gaat het dus om het kennen van de grenzen: te lang versmelten lijkt op verslaving; te lang uit elkaar gaan, lijkt op onverschilligheid. Net als bij respect is de gezonde verhouding een spanningsveld van betrokken zijn (zelf in passionele mate) en afstand kunnen houden (dat wil zeggen op tijd weer kunnen loslaten). Mensen die in hun jonge leven voldoende zelfvertrouwen hebben geleerd van hun ouders hebben daarmee geleerd er op te vertrouwen dat de ander altijd weer terugkomt als dit spanningsveld tussen aantrekken en afstoten op een gezonde manier wordt opgebouwd en onderhouden.

   
 

In zijn boek ‘Psychologie van de liefde’ met als ondertitel ´jezelf ontwikkelen door partnerrelaties´ schrijft psychotherapeut Jürg Willi: "Om zichzelf ten volle te kunnen ontplooien, heeft de mens andere mensen nodig, en in het bijzonder de partner van wie hij of zij houdt.
Het is niet langer een taboe toe te geven dat je iemand nodig hebt om te kunnen leven, en dat je ook erg graag nodig wilt zijn voor die ander. De hunkering naar nabijheid en tederheid, het verlangen je aan iemand te binden, de `stabiele tweezaamheid´ is terug."

Maar bevordert zo´n relatie nu de ontwikkeling van je persoonlijkheid, of staat zij die juist in de weg? Een relatie zonder wrijvingen en zonder evolutie lijkt in ieder geval een relatie die is doodgebloed. In een actieve relatie, zo stelt Willi, blijven de partners juist steeds een raadsel voor elkaar en blijven ze een leven lang naar elkaar op zoek. Met dit boek maakt hij duidelijk hoe een stabiele relatie en je eigen persoonlijke ontwikkeling hand in hand kunnen gaan.

   
 

Carolien Roodvoets en Sybille Labrijn schrijven 'Nu alleen de liefde nog' dat er vijf fasen zijn in een relatie de betrekking hebben op het omgaan met vrijheid oftewel autonomie.

Fasen in autonomie

  1. De symbiotische fase: verliefd zijn en in de ander willen opgaan, met de angst zichzelf te zullen verliezen. Dat wat nu opgegeven wordt, moet in de volgende fasen weer terugbevochten worden.
  2. De differentiatiefase: meer behoefte krijgen aan ruimte. In deze fase wordt meer gesproken over onderlinge verschillen, dan over overeenkomsten.
  3. De oefenfase: het oppakken van eigen interesses en contacten. Als de binding niet sterk genoeg is, kunnen de geliefden uit elkaar groeien.
  4. De rappochementfase: de eigen identiteit hoeft niet meer bevochten te worden, maar is vanzelfsprekend. Periodes van intimiteit en afzondering wisselen elkaar af.
  5. Consolidatie van de individualiteit: er is verbondenheid in autonomie.

  Klik hier voor meer boeken over de liefde en hier voor een weblog over "ware liefde",.