Dialectiek is een filosofische visie op het ontwikkelingskarakter, dus dynamische karakter van de werkelijkheid. Een permanente ontwikkeling, een voortdurende beweging is echter nooit volledig te vatten. Concrete kennis is daarom niet volledig sluitend. Op het moment van de analyse is het geanalyseerde object strikt genomen al weer anders. In die zin beoogt de dialectiek een consistent idee te geven over inconsistentie, een sluitende opvatting over niet volledig sluitende kennis van de werkelijkheid.
Het is de eenheid van eenheid (verband) en tegenspraak die dynamiek genereert. Dit is hét kernpunt van dialectiek. De boog is gespannen, zet aan tot beweging. En de harmonie is spanningsvol, moet veranderen én herstellen. De spanningsvolle eenheid, de werkelijkheid vormt zélf de motor tot verandering. Die ligt niet erbuiten, bij een godheid of iets dergelijks.
 


Om een beeld te vormen volgt hier een samenvattend overzicht. Puntsgewijs, dus abstract en beperkt, want per punt wordt niet de verdere samenhang met de andere gezichtspunten uitgewerkt.

  1. Dialectiek behelst het uitgangspunt dat de (ene) werkelijkheid steeds in ontwikkeling, dus in verandering is. De veranderende werkelijkheid zelf wordt soms ‘objectieve dialectiek’ genoemd.
  2. Dialectiek is ook een denken dat probeert die dynamiek zo goed mogelijk in haar ontwikkeling te volgen en uit te leggen. Dit denken heet dan ‘subjectieve dialectiek’
  3. Het is een uitgangspunt dat steeds uitgaat van ontwikkeling. Hierbij kan men zich ervan bewust zijn dat een begrip strikt genomen altijd fixeert, dus ‘armer’ is dan de ontwikkeling zelf.
  4. Er bestaat een diepe vervlechting van verbanden door interactie, een werking van tegengestelde althans op elkaar inwerkende ‘polen’. Bij polen denkt men misschien aan twee, maar het kunnen oneindig veel actoren en factoren zijn die gelijktijdig of in de tijd hun invloed doen gelden.
  5. Niets is, alles is een zich-verhouden. Dat is een kernpunt van de (materialistische) dialectiek. Verhouden, dus een zich ontwikkelen. Iets bestaat in relatie tot het andere, al heeft het tegelijk eigen kenmerken, zoals een bepaalde samenhang met het andere. Hetzelfde geldt voor mensen in relatie tot anderen. Een mens helemaal op z’n eentje bestaat niet.
  6. Het begrip tegenspraak of tegenstelling kan veel helpen verklaren. Door tegengestelde werking van dingen, maar ook in de menselijke communicatie en allerlei vormen van interactie, ontstaan nieuwe situaties. Van deze tegenspraak zijn bepaalde wetmatigheden, structurele vormen traceerbaar. Zo wordt wel gesproken over:
    (a) dialectiek als het doordringen van tegenstellingen,
    (b) van een negatie van de negatie en
    (c) van een omslag van kwantiteit in kwaliteit. Ook wordt er
    (d) wel gesproken over de wet van de ‘spiraalvorm van de ontwikkeling’.
    Wanneer door tegenspraak iets nieuws ontstaat is er sprake van een ontwikkeling in een spiraalvormig proces.
  7. Interactie kan worden uitgedrukt door de term weerspiegeling. Dingen, dieren en mensen vinden hun uitdrukkingsvormen en eigen werking op basis van invloed van andere ‘dingen’. Hetzelfde geldt voor het bepalen van (de eigen) identiteit en het vormen van zelfkennis.
  8. Wanneer door tegenstellingen en interacties iets nieuws ontstaat wordt wel gesproken van ‘opstijgen’ of ‘opheffen’. Dit hoeft geen waardeoordeel in te houden. ‘Opheffen’ heeft een meervoudige (twee- of drievoudige) betekenis: het oude verdwijnt en er ontstaat een hoger (nieuw) niveau waarin aspecten van de voorgaande situatie bewaard blijven. Het gaat dus om het doen verdwijnen, het bewaren en het verheffen van oudere kenmerken in de nieuwe situatie.
  9. Bemiddelende aspecten zijn fundamenteel om een verandering te voltrekken. Daarom is dat ook het geval in de analyse die deze ontwikkeling tracht te traceren. Bemiddelende aspecten kunnen concreet benoemd worden, in hun verdere samenhang belicht. In het ontwikkelen en toetsen van kennis van dialectische processen zullen reëel meespelende, meewerkende aspecten concreet moeten worden benoemd, in hun ontwikkelingssamenhang.
  10. Wanneer tegenstellingen elkaar doordringen, wordt uitgegaan van een onophefbare samenhang van tegengestelde aspecten of tendensen. Deze doordringing van tegenstellingen wordt vaak aangeduid als een eenheid van identiteit en niet-identiteit. Concreter wordt deze eenheid vaak in begrippenparen uitgedrukt, zoals eenheid-veelheid, eindigheid-oneindigheid, verleden-toekomst, enzovoorts. Bedoeld wordt dat in één samenhang deze tegenspraken bestaan en zich ontwikkelen, dus ook de polen ervan zich kunnen manifesteren. Van zulke begrippenparen is de tegenspraak dialectisch: de ene kant sluit de andere niet zonder meer uit, en uit de spanning ontstaat een verder effect. Tegengestelde aspecten hangen tegelijk nauw samen en vervullen door hun wederzijdse beïnvloeding een productieve functie. In deze visie wordt tegelijk een dualistische scheiding overwonnen. Dialectiek = antidualisme.
  11. Dialectiek wordt vaak groot gedacht als theorie van de kosmos, van de maatschappij, de klassenstrijd of van de ontwikkeling van het denken in het algemeen. Dialectiek kan echter net zo goed slaan op kleine levensverbanden op het dagelijkse communicatieve niveau. Dialectiek is dan een visie hierop, en kan als methode en theorie gebruikt worden om ontwikkelingen beter te begrijpen.
  12. De vorm van dialectische processen helpt inhoudelijke verbanden bloot te leggen. Het gaat uiteindelijk om inhoud, of beter om aspecten van inhoud én vorm.
  13. Er bestaan soms grotere algemene verbanden die in een historisch langere-termijn-proces zich ontwikkelen, en kleinere verbanden die er aan ondergeschikt lijken te zijn. Er is dan een hiërarchie van samenhang zichtbaar. De (meest) algemene structuur van de verandering is echter niet noodzakelijk in alle opzichten de belangrijkste. De kleinere verbanden en bijzonderheden dragen de algemene orde en moeten op hun merites worden beoordeeld. Een hiërarchische samenhang geeft dus niet direct een waardeoordeel. En waardeoordeel moet inhoudelijk worden bepaald en niet louter op basis van vorm, omvang of duur. Het algemene en het bijzondere vormen onderscheiden aspecten binnen één samenhang.
  14. Dialectiek en praktijk? Als alles een verhouden is tot het andere maakt de mens hier deel van uit en speelt ‘als oorzaak’ zijn spel mee. Dit kan onbewust, impulsief of bevangen gebeuren, maar ook met inzicht in beperkingen en mogelijkheden. Het handelen van de mens is zijn praktijk, in arbeid en het verdere leven.
  15. Is dialectiek moeilijk? Ongetwijfeld, want het is een kijk op de werkelijkheid met veel consequenties. Het is een visie die erkent dat een gevonden houvast vaak erg tijdelijk of van beperkte waarde kan zijn. Misschien valt de moeilijkheidsgraad echter wel mee. Dialectiek gaat net zo goed over alledaagse vragen en vraagstukken, over gewone veranderingsprocessen. De verandering is per definitie paradoxaal, of mooier gezegd, een tegenstrijdig proces. Dialectiek duidt bovendien op een productieve ontwikkeling. Er ontstaat een ander, een nieuw resultaat. Dialectiek duidt op inzicht in het hoe, op de voorwaarden en op de structuur van de ontwikkeling. Dat kan bijdragen een visie te vormen op het waarschijnlijk mogelijke en op het minder goed mogelijke. Er ontstaat dan een theoretisch kompas dat aan goed of effectief handelen kan bijdragen.

Zware kost? Je kunt het ook surfen op de dynamiek noemen en het creatief of productief uitbuiten van de tegenspraak. Het is niet allemaal zo zwaar.

Voor meer over de publicaties van Jasper Schaaf, zie zijn website.