Boeken over therapieën

   
   

  Boeken over therapie, te koop op bol.com
     
  Titel Recensie of boekbeschrijving
  De gezins-creatieve-therapie die in dit boek wordt beschreven, is gericht op gedragsverandering van de gezinsleden in het hier en nu. De methode is gebaseerd op de volgende grondbeginselen: een creatieve therapie beeldend vormen, gezinstherapie, ouderbegeleiding en leertheorieën met betrekking tot communicatie en emancipatie.
Wanneer ouders in hun oudertaken worden ondersteund, kan het gezin in beweging komen op een manier die vanaf het begin door de ouders zelf wordt gedragen. Al doende leren de ouders een beeldende activiteit te plannen en leiding te geven aan hun kinderen bij het uitvoeren van die activiteit. Het doel van de ondersteuning is dat zij deze handelwijze ook in de dagelijkse omgang met elkaar gaan hanteren. Deze doelstelling leidt tot een therapiemodel dat in tien bijeenkomsten kan worden uitgevoerd.

De gezins-creatieve-therapie wordt in principe met het kerngezin uitgevoerd. Sleutelbegrippen zijn: succeservaringen, positieve bevestiging, omgaan met beeldende (productie)problemen, scheiden van de subsystemen van ouders en kinderen, het herstel van de hiërarchie van de ouder ten opzichte van de kinderen en aandacht voor de leefomgeving van het gezin.

Gezins-creatieve-therapie is bedoeld voor beeldend creatief therapeuten die met gezinnen (willen gaan) werken. Daarnaast kan met dit boek binnen HBO-opleidingen voor creatieve therapie een systemische oriëntatie worden geïntroduceerd die een wezenlijke aanvulling op de individuele en groepsgerichte benaderingen betekent. Ten slotte is het boek nuttig voor andere disciplines die met creatief therapeuten samenwerken, voor instellingen voor kinderpsychiatrie, jeugdpsychiatrie en volwassenenpsychiatrie, in agogische settings en bij het speciaal onderwijs.

     
  Bij gezinstherapie ben je samen in therapie. Gezinstherapie is een dialoog, de therapeut brengt weer het gesprek op gang in het gezin tussen de leden van dat gezin, waar de communicatie verstoord is geraakt om wat voor reden dan ook. De Belgische gezinstherapeut heeft een prima boek geschreven, vooral voor de beroepsbeoefenaar maar ook voor de geinteresseerde leek en de client zelf kan dit boek zinvol zijn. Gezinstherapie is in de praktijk zeer complex omdat de therapeut zowel participerend aan de gebeurtenissen binnen de therapie actief deelneemt als wel reflecterend op afstand observeert wat er gebeurt tussen en met de gezinsleden. De therapeut bekijkt het gezinsprobleem in een brede context van het gezinsfunctioneren. De therapeut tracht ook steeds aan de leden van het gezin te verduidelijken, hoe de leden van het gezin met elkaar communiceren, hoe zij bijvoorbeeld op een niet-adequate manier ruzie maken. De therapeut geeft feedback. Overal geeft de schrijver duidelijke voorbeelden van de verschillende stromingen in de gezinstherapie en het verloop van dat proces. Het boek is een aanwinst voor de praktijk van de gezinstherapie en de voorlichting daarover en geeft up-to-date informatie. Voorzien van een grondige literatuurlijst; goede indeling en lay-out.
     
  Creatief therapeuten zijn reflective practitioners die bij de praktische uitvoering van hun beroep weloverwogen keuzes maken en binnen multi-disciplinaire teams verantwoorden wat Creatieve Therapie (CT) is en wanneer en waarom zij deel van het behandelingsaanbod moet zijn. Dit Handboek Creatieve Therapie ondersteunt de (toekomstige) beroeps-beoefenaar bij het reflecteren over het werk. Aan de hand van het door de auteur ontworpen 'CT-molecuul' wordt de body of knowledge van CT beschreven. Het CT-molecuul wordt voor de media drama, muziek, beeldend, dans en beweging en tuin ingevuld en ondersteund door verhelderende voorbeelden uit de praktijk. Daarbij komen de volgende onderwerpen aan de orde: diagnostiek, indicatie, behandeling of begeleiding, doelstelling en psychotherapeutisch referentiekader. Begrippen als creativiteit, spel, transitionele ruimte en expressie worden nader geanalyseerd. Meerdere hoofdstukken handelen over het door de auteur ontwikkelde 'analoge-procesmodel'. Het analoge-procesmodel verbindt de semiotiek en de ontwikkelingspsychologie van Daniel Stern met de methodiek van CT. Ten slotte besteedt de auteur in deze herziene druk extra aandacht aan actuele ontwikkelingen met betrekking tot de verdere professionalisering en verwetenschappelijking van het beroep. Het Handboek Creatieve Therapie is bedoeld voor studenten van de hbo-opleiding CT, voor creatief therapeuten en andere therapeuten die in hun werk met CT te maken hebben.
   
  In zo'n 100 tips voor succesvolle therapeutische behandelingen ontfermt de befaamde psychiater Irvin Yalorn zich over zijn cliënten met een hartverwarmende compassie en ongeëvenaarde deskundigheid.

Yalorn bevestigt in dit boek zijn talent als mentor voor therapeutische hulpverleners en als leidsman voor de medemens in zijn geestelijke nood.

     
  Dit boek geeft inzicht in de uitgangspunten en werkwijzen van de kunstzinnige therapie. Behandeld wordt onder meer hoe schilderen, boetseren en musiceren invloed kunnen hebben op het genezingsproces. Vooral de omgang met kleur als therapeutisch middel wordt nader uitgewerkt. De werking op de mens wordt behandeld op basis van het antroposofisch mensbeeld. Deze uitgave bevat aanwijzingen voor de praktijk en een aantal voorbeelden in kleur.
     
  Dit boek biedt een vernieuwend programma van acht therapiesessies ter voorkoming van terugval bij patiënten met depressie. Het introduceert de `oosterse' aandachtsmeditatie in de reguliere `westerse' psychotherapeutische praktijk. De auteurs combineren cognitie met emotie en plaatsen aandachtgerichtheid -- mindfulness -- in een raamwerk van principes en technieken van cognitieve therapie. Klinisch-wetenschappelijk onderzoek heeeft inmiddels de effectiviteit van de methode bewezen.

Aandachtgerichte cognitieve therapie bij depressie laat zien hoe een therapeut cliënten leert een eenvoudige maar radicale verandering te bewerkstelligen in de beleving van gedachten en gevoelens die kunnen bijdragen aan een terugval in depressie. Ze beschrijven de theoretische basis van de aandachtgerichte methode, bespreken in detail gestructureerde groepssessies en bieden praktische informatie over de implementering van het programma, inclusief sessie-draaiboeken, handouts voor deelnemers, casus-voorbeelden en richtlijnen voor het opzetten van een eigen aandachtgerichte praktijk.

     
  Mimi Avelingh laat in dit boek met praktijkvoorbeelden zien hoe en waarom schilderen, boetseren en tekenen van invloed kunnen zijn op ons innerlijk en lichamelijk welzijn. Voor vakmensen en leken.
     
 

De cognitieve gedragstherapie, waarvan de rationeel-emotieve therapie (RET) de oudste vorm is, krijgt de overhand in psychotherapieland. Rationeel-emotieve therapie: een praktische gids voor hulpverleners is het eerste Nederlandstalige boek dat zowel de theorie van RET beschrijft als de praktische toepassingen ervan aan bod laat komen. De methode van RET staat in het boek centraal. Deel I schetst de context waarbinnen RET geplaatst moet worden en geeft de achtergronden ervan weer. Ook worden de basisbegrippen uiteengezet en in verband gebracht met de filosofische uitgangspunten waar de therapie op stoelt. Bovendien wordt de methodische aanpak geïntroduceerd. In deel II wordt de methode uitgebreid uiteengezet: het ABC-model, een doelgericht model voor psychische problemen, wordt systematisch behandeld. Diverse praktijkvoorbeelden zijn opgenomen ter illustratie. Het laatste hoofdstuk bevat een nagenoeg woordelijke weergave van een sessie. Het boek is bestemd voor psychologen, pedagogen, psychiaters, huisartsen, bedrijfsartsen, (bedrijfs)maatschappelijk werkers, (sociaal-psychiatrisch) verpleegkundigen, sociotherapeuten en andere hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg.

     
  Cognitieve therapie maakt de gedragstherapie geschikt voor een brede groep mensen met psychische problemen. Voor sommige cliënten geldt immers dat ze, als ze al weer verbeteren, gemakkelijk terugvallen in hun oude gedragspatronen, dat andere symptomen optreden, of dat hun emotionele bestaan onbevredigend blijft ondanks verandering van gedrag. Dat geldt met name voor cliënten die lijden aan een persoonlijkheidsstoornis. De cognitief-gedragstherapeutische methodiek van Jeffrey Young is een uitgesproken exponent van deze ontwikkeling. Young heeft zich ontfermd over de categorie cliënten met een persoonlijkheidsstoornis volgens as-II van de DSM. We spreken dan over zogenaamd moeilijke mensen, die niet alleen problemen hebben, maar ook problemen zijn. Ze kunnen het hiermee erg lastig maken voor de therapeut. Met Youngs methodiek kan men deze moeilijke cliënten goed behandelen. De conceptuele helderheid vereist dat bij het werken met mensen met persoonlijkheidsstoornis aan het gebruikelijke (cognitief) gedragstherapeutisch kader een aantal begrippen wordt toegevoegd. Het belangrijkste begrip dat in dit boek wordt gelanceerd is het begrip schema. Het verwijst naar de dysfunctionele, onvoorwaardelijke, persistente, als vanzelfsprekend waargenomen en zichzelf in stand houdende waarheden die de persoon koestert over zichzelf en de wereld.
     
 

Als 'wat werkt bij deze patiënt met deze klacht´ voor iedere patiënt opnieuw uitgevonden zou moeten worden, zou elke therapie een onhandige en tijdrovende aangelegenheid zijn. Dit boek bundelt kennis op het gebied van directieve therapie bij kinderen en adolescenten en is zo een belangrijk houvast voor behandelaars die jeugdige patiënten (willen) behandelen.

Vrijwel alle hoofdstukken van dit boek gaan over de behandeling van een stoornis of een probleem. Behandelprincipes worden besproken, voorzien van voorbeelden. Daarnaast bevat elk hoofdstuk een korte inleiding over de bijzonderheden van de betreffende stoornis en over de stand van zaken in de wetenschap. Bij lezing zal duidelijk worden dat veel gebruik is gemaakt van gegevens uit onderzoek, zodat ook aan de belangrijke voorwaarde van 'evidence based´ wordt voldaan.

Deel I van deze op de praktijk gerichte bundel gaat over de uitgangspunten van directieve therapie.
Deel II gaat over de behandeling van kinderen met psychiatrische aandoeningen, zoals suïcidaal gedrag, het hyperventilatiesyndroom en schoolfobieën.
Deel III is gewijd aan de behandeling van gewoonten en kleinere problemen.
In deel IV staat de behandeling centraal van problemen die ontstaan door bijzondere gebeurtenissen, zoals dood en echtscheiding.

       

 

Naar bovenaan